ECLI:NL:HR:2022:94
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting 2011
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende de aanslag vennootschapsbelasting en heffingsrente over het jaar 2011. De Hoge Raad heeft de ingediende cassatiemiddelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden.
De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Hilten (voorzitter), Feteris en Van Eijsden en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2022. Hiermee blijft het hofarrest in stand en wordt het beroep van belanghebbende afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.