ECLI:NL:HR:2022:945
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland afwees. Het geschil betrof een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en de daarbij opgelegde boetebeschikking.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet inhoudelijk, omdat de beoordeling niet vereist is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2022. Hiermee bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof en blijft de naheffingsaanslag en boetebeschikking in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.