Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
28 juni 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak ging het om de vraag of de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend aan de verdachte die woonachtig was in België en meerdere adressen had opgegeven. De verdachte was niet in Nederland ingeschreven, maar stond als niet-ingezetene ingeschreven in het BRP op een adres in België. Gedurende de procedure had hij meerdere adressen in België opgegeven.
De dagvaarding in hoger beroep was verzonden naar twee eerdere opgegeven adressen in België, maar niet naar het meest recent opgegeven adres. Het hof had geoordeeld dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend, ondanks dat deze niet aan het meest recente adres was verzonden.
De Hoge Raad oordeelde dat het meest recent opgegeven adres in België moet worden aangemerkt als het adres waarop de dagvaarding in hoger beroep moet worden betekend. Omdat dit niet was gebeurd, verklaarde de Hoge Raad de betekening van de dagvaarding nietig en vernietigde het arrest van het hof. Hiermee is de procedure in hoger beroep niet ontvankelijk wegens een vormverzuim in de betekening.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig en vernietigt het arrest van het hof.