ECLI:NL:HR:2008:BD2547
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens onjuiste betekening bij verblijf in het buitenland
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift. De kern van het geschil betrof de rechtsgeldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep.
Volgens artikel 68 van Pro de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA) moet een ingezetene die langdurig naar het buitenland vertrekt dit melden en een adres in het buitenland opgeven. De verdachte had dit gedaan en als eerste adres in België opgegeven. Hierdoor kon hij niet langer als ingezetene worden aangemerkt in de zin van de Wet GBA en artikel 588 Sv Pro.
Het hof had geoordeeld dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend, ondanks dat de verdachte een ander adres in het buitenland had opgegeven na het vertrek. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel onbegrijpelijk was en verklaarde de dagvaarding nietig. Dit betekent dat de procedure in hoger beroep niet rechtsgeldig was gestart.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste betekening aan het juiste buitenlandse adres.