ECLI:NL:HR:2022:992

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2022
Publicatiedatum
2 juli 2022
Zaaknummer
21/01270
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.5 WVW 1994Art. 13.1 BADGArt. 16.1 BADGArt. 81.1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen arrest rijden onder invloed van cannabis

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor rijden onder invloed van cannabis, zoals vastgesteld door bloedonderzoek. Het hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat het onderzoek conform artikel 8.5 van de Wegenverkeerswet 1994 was uitgevoerd en dat artikel 13.1 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (BADG) niet was geschonden.

De verdachte stelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat het onderzoek een a.b.i. (aanwijzing bij het inverkeerbrengen) betrof en dat het hof had miskend dat artikel 16.1 BADG geen strikte waarborg biedt. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden en dat het niet nodig is om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof over rijden onder invloed van cannabis.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01270
Datum12 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 maart 2021, nummer 20-000754-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 juli 2022.