Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
5 juli 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt en diefstal van elektriciteit in vereniging. De Hoge Raad beoordeelde met name de bewezenverklaring omtrent de diefstal van elektriciteit.
Het hof had vastgesteld dat verdachte eigenaar was van een loods waarin een hennepkwekerij was aangetroffen. Verdachte werd regelmatig bij de loods gezien, zijn DNA werd aangetroffen in de kwekerij en hij gaf aanvankelijk valse verklaringen over de huurder van de loods. Daarnaast was ook de broer van verdachte betrokken, wat het hof kwalificeerde als medeplegen.
De Hoge Raad herhaalt dat de diefstal van elektriciteit bij een hennepkwekerij zelfstandige aandacht in de bewijsvoering vereist, omdat betrokkenheid bij hennepteelt niet automatisch het opzettelijk wegnemen van elektriciteit impliceert. De bewezenverklaring dat verdachte samen met anderen elektriciteit heeft weggenomen, kon niet worden afgeleid uit de bewijsvoering. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor dat onderdeel en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het onderdeel diefstal elektriciteit en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.