Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
31 januari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 juni 2021, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van diefstal en diefstal met behulp van valse sleutels. De verdediging heeft via haar advocaat een cassatiemiddel ingediend. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft dit cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van verdachte niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motieven van het oordeel nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is uitgesproken op 31 januari 2023 door de vice-president van den Brink als voorzitter en de raadsheren Claassens en Kooijmans. Het beroep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.