ECLI:NL:HR:2023:1077

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2023
Publicatiedatum
7 juli 2023
Zaaknummer
21/04637
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake schenkbelastingaanslag

Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beroep in cassatie ingesteld inzake een aan hem opgelegde aanslag in de schenkbelasting. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd tegen dit beroep. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld aan de hand van de motieven zoals vermeld in een gelijktijdig gewezen arrest (ECLI:NL:HR:2023:947). Op die gronden faalt het cassatieberoep. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en vier raadsheren, en is op 7 juli 2023 in het openbaar uitgesproken. Hiermee wordt het vonnis van het gerechtshof bevestigd en blijft de aanslag in de schenkbelasting ongewijzigd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag in de schenkbelasting blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/04637
Datum7 juli 2023
ARREST
in de zaak van
[X6] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 september 2021, nr. 20/01045, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 19/392) betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de schenkbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door F.G. Barnard, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 21 december 2022 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1]

2.Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 21/04630, ECLI:NL:HR:2023:947.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, M.T. Boerlage, P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2023.