ECLI:NL:HR:2023:947
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt discretionair karakter van vermogen Stichting bij schenkbelasting
Belanghebbende maakte beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de toerekening van vermogen van een Liechtensteinse Stiftung in het kader van schenkbelasting. De Stichting was opgericht door de grootouders van belanghebbende, met een discretionair vermogen waarvan de begunstigden geen afdwingbare rechten hebben.
Het hof oordeelde dat het vermogen discretionair was, ondanks dat het bestemd was voor de kleinkinderen, omdat er geen concrete juridisch afdwingbare rechten waren. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat het vermogen non-discretionair was, maar de Hoge Raad volgde het hof en de conclusie van de Advocaat-Generaal.
De Hoge Raad bevestigde dat bij discretionair vermogen geen toerekening voor schenkbelasting kan plaatsvinden. Hierdoor werd het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het discretionaire karakter van het vermogen wordt bevestigd.