ECLI:NL:HR:2023:1086
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake belastingbeschikking
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 januari 2021, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking op grond van artikel 3.55, lid 7, Wet IB 2001 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het hof onderzocht en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk te motiveren waarom de klachten niet tot cassatie leiden, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand.
Het arrest is op 7 juli 2023 in het openbaar uitgesproken door de belastingkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van raadsheer M.W.C. Feteris, met de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.