ECLI:NL:HR:2023:113
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard door Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een eerder arrest van de Hoge Raad, ingediend door belanghebbende [X] te [Z]. Het verzoek richtte zich op het arrest van 25 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:430). Na ontvangst van het verzoek heeft de procureur-generaal bij de Hoge Raad de gelegenheid gekregen om advies uit te brengen.
De Hoge Raad heeft het verzoek zorgvuldig beoordeeld en is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de verzoeker op te leggen. Het arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en de raadsheren E.N. Punt en J.A.R. van Eijsden, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2023.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.