Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:1133

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 augustus 2023
Publicatiedatum
24 augustus 2023
Zaaknummer
22/02385
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatie over nakoming governance-afspraken familiebedrijf en omzetting in schadevergoedingsverbintenis

In deze zaak stond een geschil centraal tussen belanghebbenden bij een familiebedrijf over de nakoming van governance-afspraken die waren vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. De kern van het geschil betrof de omzetting van deze afspraken in een schadevergoedingsverbintenis.

De procedure begon bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant met meerdere vonnissen in 2015, 2016 en 2019, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch in arresten van 2020 en 2022 uitspraak deed. Tegen het arrest van het hof van 29 maart 2022 stelde eiser beroep in cassatie in. Verweerders, Holding B.V. en Stichting Administratiekantoor (STAK), voerden verweren tot niet-ontvankelijkheid en verwerping.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat motivering niet noodzakelijk was vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde eiser in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/02385
Datum25 augustus 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats], Denemarken,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: B.I. Kraaipoel,
tegen
1. [Holding] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR [Holding],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [Holding] en STAK,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/300388/HA ZA 15-375 van de rechtbank Zeeland- West-Brabant van 18 november 2015, 16 november 2016 en 13 maart 2019;
b. de arresten in de zaken 200.264.909/01 en 200.277.356/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 februari 2020, 9 juni 2020 en 29 maart 2022.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 29 maart 2022 beroep in cassatie ingesteld.
[Holding] en STAK hebben een verweerschrift tot niet-ontvankelijkheid, althans verwerping ingediend.
De zaak is voor [Holding] en Stak toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [Holding] en STAK begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
25 augustus 2023.