Conclusie
[eiser])
[Holding])
STAK)
1.Feiten
arrest) heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna: het
hof) feiten vastgesteld, waarvan in cassatie kan worden uitgegaan en waarnaar ik verwijs.
[Groep]) die voorheen werden bestuurd door en (indirect) toebehoorden aan [senior] (hierna:
[senior]). Uit het eerste huwelijk van [senior] zijn drie kinderen geboren: [kind 1] (hierna:
[kind 1]), [kind 2] (hierna:
[kind 2]) en [eiser] . Uit een tweede huwelijk zijn nog twee kinderen geboren. Op 20 april 1999 is [senior] overleden.
Bladi).
[A]) en Luckey Establishment (hierna:
Luckey, gezamenlijk met [eiser] :
c.s., in mannelijk enkelvoud). Ieder voor 1/3 deel, waarbij [betrokkene 1] (hierna:
[betrokkene 1]) ten aanzien van [A] en Luckey op grond van een ‘declaration of trust’ de ‘founders rights’ voor [kind 2] en [eiser] houdt en zijn bevoegdheden conform de instructies van respectievelijk [kind 2] en [eiser] uitoefent. Volgens de ‘Beistatuten’ van [A] en Luckey zijn respectievelijk [kind 2] en [eiser] de begunstigden ten aanzien van het kapitaal en de verdiensten van deze rechtspersonen.
SA). Dit naar aanleiding van tussen hen ontstane geschillen na het overlijden van [senior] over - kort gezegd - de verdeling van de nalatenschap van [senior] (waaronder diens villa in België), de eigendom van de aandelen in Bladi na het uitkopen van de andere kinderen van [senior] , een aan [eiser] te betalen beloning voor het besturen van de [Groep] door [eiser] sinds het overlijden van [senior] en een herstructurering van de [Groep] . De SA is mede ondertekend door [betrokkene 1] namens Norak NY Participations & Finance Corp. en [eiser] namens Oy-Nut I/S als ‘Intervening Parties’. Wat de corporate governance van de [Groep] betreft, is in de SA onder meer het volgende opgenomen:
III SUBJECT, TERMS AND CONDITIONS OF THE AGREEMENT -
Article 11: Director’s mandates STAK
[betrokkene 2]), per 1 oktober 2009 benoemd tot enig bestuurder van [Holding] , zich namens [Holding] op het standpunt had gesteld dat het niet in het belang zou zijn van [Holding] om de in de SA overeengekomen wijzigingen onverkort te implementeren. In verband hiermee zijn over en weer wijzigingsvoorstellen gedaan die niet zijn geaccepteerd en heeft nadien mediation plaatsgehad.
CEPANI-vonnis) heeft het arbitraal gerecht in de CEPANI-procedure geoordeeld dat [eiser] [kind 1] en [kind 2] opzettelijk heeft misleid ten aanzien van - kort gezegd - de omvang van de nalatenschap van hun vader met het doel zichzelf ten opzichte van hen te bevoordelen. In verband hiermee is de SA gedeeltelijk vernietigd. Voor zover de SA betrekking heeft op de bepalingen over de corporate governance is de SA in stand gelaten en heeft het arbitraal gerecht geoordeeld dat [kind 1] en [kind 2] zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen door aan die bepalingen geen gevolg te geven. Het gerecht heeft de zussen veroordeeld tot vergoeding van schade ten bedrage van € 6 miljoen, waarbij het onder meer heeft overwogen dat [eiser] bij behoorlijke nakoming waarschijnlijk een bedrag van € 3,8 miljoen als tegemoetkoming en andere voordelen zou hebben ontvangen. Daarnaast heeft het gerecht bij de bepaling van de hoogte van de schadevergoeding rekening gehouden met het verlies van invloed van [eiser] in de raad van commissarissen van [Holding] . Het gerecht heeft beslist dat deze schadevergoeding niet verschuldigd is indien de zussen alsnog hun verplichtingen nakomen om - kort gezegd - STAK te elimineren, de raad van commissarissen overeenkomstig de SA samen te stellen en [betrokkene 2] als bestuurder van [Holding] te vervangen door een trustmaatschappij. Het gerecht overwoog onder meer het volgende:
rechtbank). [3] Na diverse procedurele verwikkelingen heeft de rechtbank bij vonnis van 13 maart 2019 [4] (hierna: het
vonnis) onder meer in conventie de vorderingen van [eiser] c.s. deels toegewezen en deels afgewezen, alsmede in reconventie de vorderingen van [Holding] afgewezen. [5]
aanvullend vonnis). [6] Daarbij heeft de rechtbank het dictum van het vonnis gewezen in conventie aangevuld met een bepaalde zinsnede en bepaald dat deze aanvulling, onder vermelding van de datum van 8 januari 2020, wordt vermeld op de minuut van het vonnis. [7]
Behoud/samenstelling RvC en herstructurering
family control, dat mede is verankerd in de SA, meebrengt dat ieder van de familietakken een gelijke en gelijkgerechtigde positie binnen de RvC van [Holding] dient te bekleden, zolang [eiser] , [kind 1] en [kind 2] een (gelijk) aandelenbelang houden in [Holding] (memorie van antwoord, 22.12).
family control[eiser] c.s. aanspraak geeft op het door hem gevorderde. [Holding] heeft verder verwezen naar wat zij in de memorie van grieven in principaal hoger beroep heeft aangevoerd over onder meer de gebondenheid van [Holding] aan en/of de vennootschapsrechtelijke werking van de SA (memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep, 236), waaronder de stelling dat [eiser] op grond van het CEPANI-vonnis is gecompenseerd voor de niet-nakoming van de verplichtingen van [kind 1] en [kind 2] ten aanzien van de governance van de [Groep] en dat deze verplichtingen daarmee zijn afgekocht, waarmee deze verplichtingen zijn komen te vervallen (memorie van grieven, 139-141 en 255). Ten aanzien van de tweede eisvermeerdering hebben [Holding] en STAK dit verweer bij pleidooi herhaald.
Dit betekent dat [eiser] niet langer van [kind 1] en [kind 2] nakoming kan vorderen van de governance-afspraken uit de SA, nu deze verbintenissen na omzetting in de schadevergoedingsverbintenis niet langer bestaan. Bijgevolg kan evenmin sprake zijn van eventuele doorwerking van deze verbintenissen uit de SA via de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW Pro in de zin dat [Holding] uitvoering zou moeten geven aan deze afspraken.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
omgezetin een verplichting tot betaling van vervangende schadevergoeding, waardoor deze governance-verplichtingen niet langer bestaan en bijgevolg [eiser] ook niet langer nakoming kan vorderen van die afspraken op grond van de SA of de redelijkheid en billijkheid van art. 2:8 BW Pro. Zie nrs. 1-1.1 van de procesinleiding. Dit wordt uitgewerkt in nrs. 1.2-1.12 van de procesinleiding, die draaien om uitleg van het CEPANI-vonnis.
Vragen Hof + reactie partijen