Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:1145

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 september 2023
Publicatiedatum
31 augustus 2023
Zaaknummer
22/02310
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:253 BWArt. 1065 lid 1 sub a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen arrest gerechtshof over vernietiging arbitraal vonnis

In deze zaak hebben eisers cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 maart 2022, waarin het hof hun vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis afwees. De vordering was gebaseerd op de stelling dat een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbrak. De Hoge Raad verwijst naar het arrest van het hof voor het geding in feitelijke instantie en beoordeelt de klachten van eisers over dat arrest.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij is het niet nodig om de motivering te geven, omdat de klachten geen vragen oproepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie. De zaak betreft onder meer de uitleg van de arbitrageovereenkomst en de toepassing van het derdenbeding uit artikel 6:253 BW Pro. Hiermee bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof dat de arbitrageovereenkomst geldig is en dat het arbitraal vonnis niet vernietigd kan worden.

De uitspraak is gedaan door de president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 1 september 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arbitraal vonnis blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/02310
Datum1 september 2023
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,
2. TRIER HOLDING B.V.,
gevestigd te Hoofddorp,
3. NETHERLANDS INSURANCE HOLDINGS, INC.,
gevestigd te Wilmington, Delaware, Verenigde Staten van Amerika,
4. NIH CAPITAL, LLC,
gevestigd te Wilmington, Delaware, Verenigde Staten van Amerika,
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: R.R. Verkerk,
tegen
1. W.J.M. VAN ANDEL,
2. E.L. ZETTELER,
in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van Nederlandsche Algemeene
Maatschappij van Levensverzekering “Conservatrix” N.V.,
verweerders in cassatie,
hierna: de Curatoren,
advocaat: I.M.A. Lintel.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het arrest in de zaak 200.277.991 van het gerechtshof Den Haag van 29 maart 2022.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Curatoren hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eisers] mede door D.S. Walta-Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Curatoren begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
1 september 2023.