Conclusie
1.[eiser 1] ,
Trier Holding B.V.,
Netherlands Insurance Holdings, Inc.,
NIH Capital, LLC,
1.W.J.M. van Andel q.q.,
E.L. Zetteler q.q.,
[eisers](in mannelijk meervoud) en verweerders als
de Curatoren.
[eiser 1]; Trier Holding B.V. als
Trier Holding; Netherlands Insurance Holdings, Inc. als
NIH; NIH Capital, LLC, als
NIHC.
1.Inleiding en samenvatting
DNB) overeengekomen peil te brengen en te houden. [eiser 1] , NIH en NIHC zijn veroordeeld om hoofdelijk (en op straffe van een dwangsom) te bewerkstelligen dat Trier Holding aan die veroordeling voldoet.
2.Feiten
ultimate benificial owner(UBO) is. De aandelen in Trier Holding worden gehouden door NIH, een dochtervennootschap van NIHC waarvan [eiser 1] 100% aandeelhouder is. [eiser 1] is ook eigenaar van het financieel conglomeraat Eli Global, waartoe het verzekeringsbedrijf Colorado Bankers Life Insurance Company (hierna:
CBL) behoort. Schematisch ziet een en ander er als volgt uit:
for acknowledgement and receipt”, door DNB (hierna:
de Recapitalization Commitment). [9] Dit document bevestigt de verplichtingen van [eisers] die zijn vastgelegd in het Submission Protocol.
de Recapitalization Agreement). [10] De Recapitalization Agreement legt vast, kort gezegd, hoe die herkapitalisatieverplichtingen van [eisers] worden uitgevoerd.
Recapitalization Commitmentcentraal. Deze overeenkomst bepaalt houdt onder meer het volgende (arceringen in origineel):
WHEREAS:
[Trier Holding, A-G]and the Indirect Shareholders
[NIH, NIHC en [eiser 1] , A-G]have entered into an agreement re post-completion covenants. In light of that agreement, the Transferee and the Indirect Shareholders hereby wish to confirm certain commitments in relation to the recapitalization of the Company
[Conservatrix, A-G].
1.COMMITMENT
Proposed Minimum SCR Ratio) as of Completion (
the Commitment);
2.GOVERNING LAW AND JURISDICTION
(Nederlands Arbitrage Instituut, NAI).”
Article 7. Governing law and jurisdiction
Rechtbank) of Amsterdam, the Netherlands, shall have exclusive jurisdiction with respect to any disputes that may arise out of or in connection with this Agreement.”
disavowal). Begin 2020 is de Rehabilator in de Verenigde Staten een procedure tegen Conservatrix begonnen. Tegen [eiser 1] is een strafrechtelijke procedure gestart wegens poging tot omkoping van de toezichthouder voor verzekeraars in de staat North Carolina.
for the benefit of Conservatrixon 17 March 2017.
NAI). Prof. mr. dr. C.A. Schwarz werd benoemd tot arbiter in het arbitraal kort geding (hierna:
het Scheidsgerecht). Het Scheidsgerecht heeft op 31 januari 2020 vonnis gewezen (hierna:
het Arbitraal Vonnis). Daarin is onder meer het volgende beslist: [12]
IX Rulings
3.Procesverloop
het hof). [14] Zij vorderden vernietiging van het Arbitraal Vonnis, met veroordeling van Conservatrix in de proceskosten. Hiertoe hebben [eisers] zich op de vier vernietigingsgronden beroepen die staan vermeld in art. 1065 lid Pro 1, onder a-d, Rv.
het arrest) [15] de vorderingen van [eisers] afgewezen en daartoe, samengevat en voor zover in cassatie nog van belang, het volgende overwogen.
alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar wat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen”. Het Arbitraal Vonnis noemt in dit verband, zo constateert het hof, ook het arrest uit 2004 in de zaak
Taxicentrale Middelburg/ […]. [16] Daarin overwoog de Hoge Raad dat onjuist is de opvatting dat alleen dán mag worden aangenomen dat een derdenbeding tot stand is gekomen als blijkt dat zulks door de oorspronkelijke partijen bewust is beoogd.
de in de Recapitalization Commitment bevestigde verplichting van [eisers] inderdaad kwalificeert als een door Conservatrix inroepbaar derdenbeding.
dat Conservatrix zich kan beroepen op het in de Recapitalization Commitment opgenomen arbitraal beding. Het hof baseert dit oordeel op volgende gronden (rov. 2.5):
4.Bespreking van het cassatiemiddel
onder A.weergegeven oordeel van het hof in het middel niet wordt bestreden. De redenering
onder A.is als volgt:
onder A.onbestreden blijft, hangt mogelijk ermee samen dat [eisers] uitgaan van een (te) beperkte lezing van het bestreden arrest. Dat blijkt reeds uit het inleidende deel van de procesinleiding, onder E. (arceringen in origineel):
van beslissende betekenis zijn:alleomstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar wat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen”. [19] Het hof heeft het beding vervolgens uitgelegd en geconcludeerd dat sprake was van een geldige overeenkomst tot arbitrage:”
het arbitragebedingeen uitleg heeft gegeven, maar juist van
de Recapitalization Commitmentwaarin dat beding is opgenomen. Het is immers de uitleg van de Recapitalization Commitment die het hof doet concluderen dat de daarin bevestigde verplichting van [eisers] kwalificeert als een door Conservatrix inroepbaar derdenbeding (zie 3.5.3-3.5.4 hiervoor). Die conclusie gaat vooraf aan het oordeel in rov. 2.5 dat Conservatrix als toetredende partij tot de Recapitalization Commitment zich kan beroepen op het arbitrale beding.
onder A, wel bestrijdt in de zin dat [eisers] de beslissing aanvallen dat Conservatrix als toetredende partij
gebruik kon makenvan het arbitraal beding, kan hen dat niet baten. Weliswaar voeren [eisers] in subonderdeel 1.2 terecht aan dat in cassatie veronderstellenderwijs moet worden uitgegaan van de rechtsgeldigheid van het forumkeuzebeding uit de Recapitalization Agreement, maar in het oordeel van het hof ligt besloten dat het forumkeuzebeding toepassing mist en in de Recapitalization Commitment sprake is van een geldige overeenkomst tot arbitrage (zie meer uitgebreid 4.17-4.23 hierna). De rechtsgeldigheid van het forumkeuzebeding betekent nog niet dat dat beding in dit geschil had moeten worden toegepast.
onder A.weergegeven oordeel van het hof en dat oordeel zelfstandig dragend is voor het oordeel dat Conservatrix zich kan beroepen op het arbitraal beding in de Recapitalization Commitment, hebben [eisers] bij hun klachten geen belang. Het cassatieberoep dient reeds op die grond te worden verworpen. Ik zal niettemin deze klachten hierna inhoudelijk bespreken.
Ten tweedeoverweegt het hof dat het arbitragebeding zelf ook kwalificeert als een ten behoeve van Conservatrix overeengekomen en door haar aanvaard derdenbeding.
Ook om die redenkomt Conservatrix een beroep op deze clausule toe.”
subonderdeel 1.1heeft het hof miskend dat partijen na de beweerdelijke totstandkoming van een arbitraal derdenbeding de Recapitalization Agreement hebben gesloten. Die overeenkomst bevat een exclusieve, onherroepelijke en ruim geformuleerde forumkeuze voor de rechtbank Amsterdam betreffende geschillen die ontstaan uit die overeenkomst of daarmee verband houden (in 2.9 hiervoor geciteerd). Het hof had dat forumkeuzebeding (kenbaar) in de beoordeling moeten betrekken en had tot de conclusie moeten komen dat geen afstand is gedaan van het recht op toegang op de overheidsrechter.
subonderdeel 1.2, is het oordeel van het hof onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd. Het hof heeft namelijk niet geoordeeld dat het forumkeuzebeding niet rechtsgeldig zou zijn, dat het beding toepassing zou missen dan wel dat ondanks deze forumkeuze er toch sprake zou zijn van een rechtsgeldige overeenkomst tot arbitrage. Heeft het hof dit wel geoordeeld, dan heeft het daarbij geen inzage gegeven in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang. Het hof is namelijk in het geheel niet ingegaan op (het beroep op) het forumkeuzebeding in de Recapitalization Agreement.
partijen– na de beweerdelijke totstandkoming van een arbitraal derdenbeding – een overeenkomst sloten: de Recapitalization Agreement”, zich dus niet voor. [22] Subonderdeel 1.1 faalt in zoverre bij gebrek aan feitelijke grondslag.
Vrijwel elk document bevat een geschillenbeslechtingsclausule. Onderling verschillen die clausules. Terwijl bijvoorbeeld de Recapitalization Agreement, waaraan de Recapitalization Commitment als bijlage is toegevoegd, een forumkeuze voor de rechtbank in Amsterdam bevat, verklaart de Agreement re Post-Completion Covenants, waarbij de Recapitalization Commitment eveneens een bijlage is, de uitgebreide arbitrageclausule uit het Submission Protocol van overeenkomstige toepassing.
Het ligt dan voor de hand om bij een dispuut over een verplichting uit een bepaald document gebruik te maken van de geschillenbeslechtingclausule uit dat specifieke document, aangezien die clausule het dichtst bij de verplichting ligt.”
daarinopgenomen geschilbeslechtingsclausule. [23] Niet alleen lijkt mij dat logisch en juist, ook stel ik vast dat deze overweging door [eisers] in cassatie niet is bestreden.
zich verbindttot handhaving van een minimale SCR-ratio van Conservatrix van 135% (zie rov. 1 sub iv, weergegeven 2.8 hiervoor). Die verbintenis is de
commitment.De Recapitalization Agreement strekt daarentegen, zo blijkt genoegzaam uit de tekst daarvan,
tot uitvoeringvan deze herkapitalisatie. [25]
onder 2.1enkel een inleiding en geen klacht.
subonderdeel 2.3wordt “
ter nadere onderbouwing en uitwerking” van subonderdeel 2.2 ingegaan op een aantal feiten en omstandigheden waaruit volgt althans zou kunnen volgen dat geen sprake was van een arbitraal derdenbeding. Deze feiten en omstandigheden zijn in het middel aangeduid met de letters a. t/m g.
onder a.betoogt dat [eisers] in de procedure bij het hof zijn ingegaan op de tekst van het arbitragebeding in de Recapitalization Commitment en hebben aangevoerd dat in dat (standaard)beding op geen enkele wijze geëxpliciteerd is dat het arbitragebeding een derdenbeding betreft. Zouden [eisers] en DNB werkelijk een derdenbeding overeen hebben willen komen, dan hadden zij dat uitdrukkelijk in de tekst kunnen vastleggen. Ook hadden zij de Recapitalization Commitment voor akkoord kunnen laten ondertekenen door Conservatrix. Dat alles is niet gebeurd. [27] Het hof is niet kenbaar ingegaan op de stelling dat een expliciete tekst waaruit volgt dat sprake is van een arbitraal derdenbeding, ontbreekt. Dat klemt temeer omdat een arbitragebeding op zichzelf moet worden beoordeeld en instemming met arbitrage ondubbelzinnig dient te zijn. [28] Het hof heeft dit miskend, althans zijn oordeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd, aldus [eisers]
onder b.brengt te berde dat [eisers] een beroep hebben gedaan op specifieke bewoordingen uit de considerans (overweging D.) en de bepalingen (art. 1.1, 1.2(d) en 1.2(e)) van de Recapitalization Commitment, waaruit blijkt dat er slechts verplichtingen zijn aangegaan
jegens DNB. [29] Hoewel de Recapitalization Commitment deels geciteerd is in de inleidende overwegingen van het arrest, heeft het hof deze specifieke bewoordingen ten onrechte niet in de eigenlijke beoordeling betrokken, althans niet kenbaar, aldus het middel.
indien het DNB zelf was die dit vanuit haar toezichthoudende rol van [eisers] eiste” (rov. 2.4 sub iii). Dit begrijp ik aldus dat het hof zich heeft gebogen over de door [eisers] aangehaalde tekst van de Recapitalization Commitment, maar die tekst onvoldoende acht voor de door [eisers] gemaakte gevolgtrekking dat van een derdenbeding geen sprake zou zijn.
Die motivering (...) is – anders dan de betwisting van het derdenbeding door [eisers] – bovendien steekhoudend.”
onder c.klaagt dat het hof niet (voldoende kenbaar) betrokken heeft de stellingen van [eisers] dat de overige stukken van dezelfde datum als de Recapitalization Commitment en de specifieke bewoordingen daarvan bevestigen dat slechts verplichtingen jegens DNB zijn aangegaan. [eisers] hebben aangevoerd dat sprake was van een samenstel van overeenkomsten tussen [eisers] en DNB en dat de Recapitalization Commitment niet geïsoleerd moet worden uitgelegd. [33]
wording and (…) context of the transactional documents as a whole”, welke motivering het hof steekhoudend acht. Ook verwijs ik naar rov. 2.4 sub iii, waarin het hof overweegt dat uit “
de andere transactiedocumenten” niet volgt dat de verplichting van [eisers] enkel behoefde te worden nageleefd “
indien het DNB zelf was die dit vanuit haar toezichthoudende rol van [eisers] eiste”.
onder d.klaagt dat het hof ten onrechte niet kenbaar is ingegaan op de uitspraak van 15 mei 2017 waarin de rechtbank Amsterdam het overdrachtsplan heeft goedgekeurd. [34]
Uitspraak rechtbank Amsterdam
Conservatrix werpt de vraag op of de Confirmation Letter een verplichting voor Trier oplevert waarvan door belanghebbenden nakoming kan worden gevorderd. Het is niet de taak en bevoegdheid van de rechtbank om die vraag in het kader van de onderhavige procedure te beantwoorden. Wel merkt de rechtbank op dat het de taak is van de benoemdeoverdrager en DNBop naleving van het overdrachtsplan toe te zien.DNB heeft er in dit verband op gewezen dat zij in dat kader (nadere) afspraken met Trier heeft gemaakt en daarnaast over het benodigde instrumentarium beschikt om ervoor te zorgen dat onder toezicht staande instellingen zich aan alle vereisten houden.”
onder e.klaagt dat het hof ten onrechte niet, althans niet afdoende kenbaar, in de beoordeling betrokken heeft de stelling van [eisers] dat de bewoordingen van de Recapitalization Agreement bevestigen dat geen sprake was van een derdenbeding in de Recapitalization Commitment. [36] [eisers] citeren uit de considerans van de Recapitalization Agreement (arceringen in procesinleiding), onder G: “
(…)Trier Holding and the Indirect Shareholders have confirmed to DNB certain commitmentsin relation to the recapitalization of Conservatrix (…)”
onder f.klaagt dat het hof ten onrechte niet is ingegaan op (het beroep van [eisers] op) de bewoordingen uit het Recovery Plan. [37]
Whilst shareholder capital is not a measure that Conservatrix management can implement nor control,’’ (…) “Conservatrix and the EB [Executive Board van Conservatrix, [38] A-G] are aware of the commitmentagreed between the shareholder group and DNBto maintain the Company at a SII SCR above 135%, as provided in the Recapitalization Commitment …” (…) ‘While this section highlights capacity and options for recapitalization by the shareholder, it will be for the determination by the shareholder as to how the relevant obligations are met.’
onder g.hebben [eisers] aangevoerd dat nooit eerder is gesproken over een derdenbeding en dat Conservatrix pas gesteld heeft dat daarvan sprake was op het moment dat de arbitrageaanvraag werd ingediend. [39] In dat kader verwijzen [eisers] naar een brief van Conservatrix van 22 augustus 2019, waarin Conservatrix duidelijk zou hebben gemaakt dat de Recapitalization Commitment een kwestie betrof tussen [eisers] en DNB. [eisers] citeren: “
We further note our awareness of the letter sent to Trier by DNB on 12 June 2019 (…) We assume that there is direct communication going on about the commitment.” [40] Het hof heeft deze brief niet genoemd en aldus ten onrechte niet, althans niet afdoende kenbaar, in de beoordeling betrokken.
commitment,sluit het bestaan van een derdenbeding (uiteraard) niet uit.
Trier provides a response on how and when the required and/or recommended capital would be provided.”
onderdeel 3geen bespreking.