Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
26 september 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor opzetheling van een motorscooter. In eerste aanleg was verdachte vrijgesproken. Het hof achtte bewezen dat verdachte wist dat de motorscooter van diefstal afkomstig was, mede vanwege het ontbreken van het contactslot en het feit dat het cilinderslot en de sleutel die bij verdachte werden aangetroffen niet bij de scooter hoorden.
De verdediging voerde aan dat verdachte de scooter met een startknop had gestart en dat hij pas bij het op slot zetten merkte dat het cilinderslot ontbrak. Het hof verwierp deze verklaring als ongeloofwaardig en concludeerde dat verdachte bij het voorhanden krijgen van de scooter al moest hebben gezien dat het originele cilinderslot ontbrak, wat duidt op kennis van de herkomst van de scooter.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel, dat klaagt over de motivering van de bewezenverklaring, niet leidt tot cassatie. De motivering van het hof is toereikend en begrijpelijk. Het beroep wordt daarom verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor opzetheling blijft in stand.