ECLI:NL:HR:2023:1174
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende was het niet eens met een door de Belastingdienst opgelegde naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over de periode van 27 mei 2018 tot en met 26 mei 2029, inclusief een boetebeschikking. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd in hoger beroep door het Gerechtshof Amsterdam het oordeel bevestigd.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar heeft geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 8 september 2023 in het openbaar gewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.