ECLI:NL:HR:2023:1185
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 maart 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland betreffende een door belanghebbende op aangifte voldane belasting op personenauto's en motorrijwielen behandelde.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand.
Het arrest is op 8 september 2023 in het openbaar uitgesproken door de vice-president van de Hoge Raad M.E. van Hilten, samen met raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard, waardoor het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand blijft.