ECLI:NL:HR:2023:1229
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke belastingzaak
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie beoordeeld dat was ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland van 6 september 2022. De zaak betreft een bestuursrechtelijke belastingkwestie waarbij de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan op grond van artikel 8:84, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Hoge Raad heeft vastgesteld dat op grond van artikel 28, lid 4, letter c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) geen beroep in cassatie kan worden ingesteld tegen uitspraken van de voorzieningenrechter die met toepassing van artikel 8:84, lid 2, Awb zijn gedaan. Hierdoor is het beroep in cassatie niet ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om de proceskosten aan een van de partijen toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens wettelijke uitsluiting van cassatie tegen uitspraken van de voorzieningenrechter.