ECLI:NL:HR:2023:1232
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke belastingzaak
De zaak betreft een beroep in cassatie van [X] te [Z] tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland van 6 september 2022. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover de wet dit toestaat.
In deze zaak is van belang artikel 28, lid 4, letter c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), dat bepaalt dat geen beroep in cassatie kan worden ingesteld tegen uitspraken die met toepassing van artikel 8:84, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) door de voorzieningenrechter zijn gedaan. Hierdoor is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak is gedaan door raadsheer J. Wortel als voorzitter, samen met raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en is op 15 september 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens wettelijke uitsluiting.