ECLI:NL:RBMNE:2022:4069
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verkorting betaaltermijn dwangsom door Belastingdienst
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de betaaltermijn van zes maanden die de Belastingdienst heeft gesteld voor de uitbetaling van een dwangsom wegens te laat beslissen. Zij wenste een verkorting van deze termijn naar zes weken. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en geconstateerd dat de Belastingdienst de termijn heeft verlengd op grond van artikel 4:17, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vanwege de omvangrijke hoeveelheid dossiers en beperkte mankracht.
Hoewel de voorzieningenrechter erkent dat een langere betaaltermijn ongewenst is, acht hij de verlenging onder deze omstandigheden aanvaardbaar, mede omdat de wettelijke rente wordt vergoed als compensatie voor de vertraging. Verzoeksters stelling dat haar financiële situatie slecht is, is onvoldoende onderbouwd, waardoor haar spoedeisend belang niet zwaarder weegt dan het belang van de Belastingdienst.
Daarom wordt het verzoek tot verkorting van de betaaltermijn afgewezen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier A.M. Slierendrecht op 6 september 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot verkorting van de betaaltermijn van de dwangsom wordt afgewezen.