ECLI:NL:HR:2023:1250
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks ontvangst van deze brief en een daaropvolgende digitale kennisgeving, heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan en geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om dit te verklaren.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.