Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 september 2023.
Hoge Raad
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden waaronder een verblijfverbod in een bepaalde straat en contactverbod met zijn (ex-)echtgenote en haar kinderen. In hoger beroep werd de dagvaarding uitsluitend betekend op het adres waar de verdachte volgens de BRP was ingeschreven, ondanks dat hem op grond van het vonnis niet was toegestaan daar te verblijven of contact te hebben met bewoners.
Het hof verleende verstek tegen de niet-verschenen verdachte en verklaarde hem niet-ontvankelijk in hoger beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend conform artikel 36e Sv, omdat de verdachte als ingezetene op dat adres stond ingeschreven. Echter, het hof mocht niet zonder nader onderzoek verstek verlenen, omdat niet vaststaat dat de verdachte daadwerkelijk op de hoogte was van de zitting en het verblijfverbod het bereiken van de dagvaarding bemoeilijkte.
De Hoge Raad benadrukt dat de rechter moet onderzoeken of er reden is om de zitting te schorsen zodat de verdachte alsnog kan verschijnen, mede gelet op het aanwezigheidsrecht uit artikel 6 EVRM Pro. Het hof heeft dit onderzoek niet verricht, waardoor het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.
De uitspraak onderstreept het belang van zorgvuldig onderzoek bij verstekverlening, zeker wanneer verblijfverboden en communicatiebeperkingen het bereiken van de verdachte kunnen verhinderen. Verdachte wordt geacht gebruikelijke maatregelen te nemen om dagvaarding te ontvangen, maar de rechter moet dit ook toetsen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste verstekverlening en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.