Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 september 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarige dochter die onder toezicht is gesteld en uit huis geplaatst. De rechtbank had het gezag van de ouders gehandhaafd, maar het hof vernietigde dit en beëindigde het gezag van de moeder en vader.
De moeder, die niet ter zitting was verschenen ondanks behoorlijke oproeping volgens het hof, stelde in cassatie dat zij niet behoorlijk was opgeroepen en niet op de hoogte was gesteld van het hoger beroep. De stukken waren namelijk aan de GI gestuurd en niet aan haar persoonlijk, waardoor zij niet kon reageren.
De Hoge Raad oordeelde dat de moeder ten onrechte niet was opgeroepen conform de vereisten van artikel 272 Rv Pro en artikel 362 Rv Pro, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden. Daarom werd het arrest van het hof vernietigd en verwees de Hoge Raad de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een correcte verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onbehoorlijke oproeping van de moeder en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.