ECLI:NL:HR:2023:1294
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak over inkomensafhankelijke regelingen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 oktober 2022, waarin hoger beroep was behandeld tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag betreffende beschikkingen op grond van artikel 8a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om een veroordeling uit te spreken. Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.