ECLI:NL:HR:2023:1296

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 2023
Publicatiedatum
21 september 2023
Zaaknummer
23/01133
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:36c Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Het ingediende beroepschrift bevatte niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 4 april 2023 via het digitale dossier en per e-mail in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn liep af op 16 mei 2023.

Belanghebbende heeft het verzuim niet hersteld. Op grond hiervan heeft de Hoge Raad besloten het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren op basis van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.

Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 22 september 2023. Hiermee is het beroep definitief afgewezen wegens procedurele tekortkomingen.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet aanleveren van de gronden binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/01133
Datum22 september 2023
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 24 januari 2023, nr. BK-22/00045 [1] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het via het webportaal van de Hoge Raad ontvangen beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 4 april 2023 in het digitale dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld dat verzuim binnen zes weken na die datum te herstellen. Die termijn eindigde op 16 mei 2023.
Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in het digitale dossier van belanghebbende is eveneens op 4 april 2023 een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven emailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 4 april 2023.
Belanghebbende heeft het hiervoor bedoelde verzuim niet hersteld. Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2023.