ECLI:NL:HR:2023:1299
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingrente en BPM
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen uitspraken van lagere rechterlijke instanties inzake door haar betaalde belasting op personenauto's en motorrijwielen en de daarbij gegeven beschikkingen over belastingrente. Na behandeling van het hoger beroep door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld. Deze klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag ook geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 juni 2022 in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.