ECLI:NL:HR:2023:1300
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingteruggaafzaak
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een beschikking betreffende teruggaaf van belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag en hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarbij het hof de beschikking handhaafde, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee is de uitspraak van het hof definitief en blijft de beschikking inzake de belastingteruggaaf ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.