ECLI:NL:HR:2023:1322

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
26 september 2023
Zaaknummer
22/04458
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen een termijn van vier weken. Deze brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna adresverificatie plaatsvond en de brief alsnog per gewone post werd verzonden.

Het griffierecht werd echter niet binnen de gestelde termijn voldaan. Vervolgens kreeg belanghebbende opnieuw een aangetekende brief om binnen vier weken te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Ook deze brief werd onbestelbaar geretourneerd, waarna opnieuw adresverificatie plaatsvond en de brief per gewone post werd verzonden.

Belanghebbende maakte geen tijdig gebruik van deze gelegenheid en de stukken die na afloop van de termijn werden ingediend, werden buiten beschouwing gelaten. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/04458
Datum24 november 2023
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 25 oktober 2022, nr. SGR 21/6074 V.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet binnen de daarvoor gegeven termijn voldaan.
1.2
De griffier heeft belanghebbende vervolgens bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van vier weken mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is eveneens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende.
Van de gelegenheid om mee te delen waarom het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald, heeft belanghebbende niet tijdig gebruikgemaakt. De desbetreffende stukken zijn bij de Hoge Raad ingekomen na afloop van de door de griffier gestelde termijn. De Hoge Raad laat deze stukken daarom buiten beschouwing.
1.3
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2023.