ECLI:NL:HR:2023:1323
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht, waarbij eerst een aangetekende brief werd verzonden die wegens onbestelbaarheid werd teruggezonden. Na adresverificatie werd de brief alsnog per gewone post verzonden.
Ondanks deze inspanningen heeft belanghebbende het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. Vervolgens werd belanghebbende opnieuw in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Ook deze brief werd teruggezonden wegens onbestelbaarheid en later alsnog per gewone post verzonden. De reactie van belanghebbende bood geen rechtvaardiging voor het niet betalen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.