ECLI:NL:HR:2023:1330

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2023
Publicatiedatum
26 september 2023
Zaaknummer
21/04821
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 2:351 SrC
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen ambtelijke corruptie Curaçao

In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van ambtelijke corruptie op Curaçao. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten van de verdachte niet kunnen leiden tot vernietiging van het hofvonnis.

Een belangrijk onderdeel van het cassatieberoep betrof de vermeende schending van artikel 6 EVRM Pro, omdat de verdachte niet werd toegestaan zich te laten bijstaan door een advocaat die niet bij het hof was ingeschreven. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht niet slaagt. Tevens verwierp de Hoge Raad het door de verdachte aangedragen alternatieve scenario.

De Hoge Raad verwees daarbij naar een samenhangende uitspraak in een andere zaak (ECLI:NL:HR:2023:1329) en maakte gebruik van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, waardoor geen nadere motivering van het oordeel noodzakelijk was. Het beroep werd derhalve verworpen en het vonnis van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04821 C
Datum3 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 11 november 2021, nummer H 31/2020, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat – mede gelet op de gronden die zijn vermeld in het vandaag uitgesproken arrest in de zaak 21/04820 C, ECLI:NL:HR:2023:1329 – deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 oktober 2023.