ECLI:NL:HR:2023:1339
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond en incidenteel beroep niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke dwangsomzaak
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die ging over verzoeken om toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar. De heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Rivierenland stelde een incidenteel beroep in cassatie in.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad motiveert dit niet nader, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van het incidentele beroep heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de indiener geen bewijs van machtiging door het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Rivierenland heeft overgelegd. Hierdoor is de indiener niet bevoegd geacht en is het incidentele beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest op 29 september 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het principale beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard en het incidentele beroep van de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging.