ECLI:NL:HR:2023:1347

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2023
Publicatiedatum
28 september 2023
Zaaknummer
21/05344
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 317 lid 1 SrArt. 312 lid 2 Sr
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en cassatieverwerping in zaak medeplegen afpersing voormalig motorclublid

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van afpersing van een voormalig lid van een motorclub. In eerste aanleg werd verdachte vrijgesproken. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft dit vonnis vernietigd en verdachte veroordeeld wegens afpersing gepleegd door twee of meer verenigde personen, zoals bedoeld in artikel 317 lid 1 juncto Pro artikel 312 lid 2 Sr Pro.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verdachte behandeld. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. Het eerste cassatiemiddel, dat zich richtte op de motivering van het hof, werd verworpen zonder nadere motivering omdat het niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het tweede middel klaagde over een onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring, maar faalde eveneens op grond van de uitgebreide motivering in de conclusie van de advocaat-generaal.

Het hof had uit de bewijsvoering kunnen afleiden dat de aangever door geweld of bedreiging met geweld was gedwongen tot afgifte van een zak hennep, dat sprake was van een voltooide afpersing en dat er een causaal verband was tussen het handelen van verdachte en de afgifte. De Hoge Raad bevestigt dat deze motivering toereikend is en verwerpt het cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen afpersing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/05344
Datum3 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2021, nummer 21-002492-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van – kort gezegd – afpersing terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, ontoereikend is gemotiveerd.
2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 8 tot en met 27.

3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 oktober 2023.