3.3.Steunbewijs
Verklaring verdachte:
Verdachte heeft op 12 december 2017 bij de rechter-commissaris verklaard dat het klopt dat hij met iemand wiens naam hij niet wil noemen, bij [slachtoffer] aan de deur is geweest in verband met een schuld.
Verklaring medeverdachte [medeverdachte 1]
heeft op 13 november 2016 tegenover de politie bevestigd dat [slachtoffer] op 7 november 2016 bij haar thuis was. Hij kwam ergens tussen 20:30 uur en 21:00 uur. Ze zaten in de woonkamer toen er opeens 5 mannen in de kamer stonden. Dat was ongeveer een uur later.
Verklaring medeverdachte [medeverdachte 5] :
[medeverdachte 5] heeft op 15 november verklaard dat hij een blauwe Volkswagen Transporter op zijn naam heeft staan en dat hij de bus sinds drie weken heeft. Dit komt overeen met de verklaring van [slachtoffer] over een nieuwe, donkergekleurde Transporter.
Forensische sporen
Op 10 november 2016 zijn in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] een paar zwarte handschoenen aangetroffen en veiliggesteld. Op de handschoenen werden bloedsporen aangetroffen die zijn voorzien van SIN AAJP4706NL. Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) volgt dat de bloedsporen met SIN codes AAJP4706NL #01 en #02 (bemonstering van bloed op de buitenzijde van de rugzijde van de linkerhandschoen en een bemonstering van bloed op de buitenzijde van de palmzijde van de rechterhandschoen) gelinkt worden aan het DNA-profiel van [slachtoffer] . De zogenoemde matchkans daarbij is kleiner dan één op één miljard. Ten aanzien van de SIN code AAJP4706NL#03 (bemonstering met bloed van de binnenzijde van de linkerhandschoen), geldt dat een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen is aangetroffen. Er is een afgeleid DNA-hoofdprofiel vastgesteld dat met een matchkans van één op één miljard kan worden gelinkt aan verdachte [medeverdachte 2] . Ten slotte is ten aanzien van de SIN code AAJP4706NL#04 (een bemonstering met bloed van de binnenzijde van de rechterhandschoen) een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen aangetroffen, waarvan minimaal één man. Er is een afgeleid DNA-hoofdprofiel vastgesteld dat eveneens met een matchkans van één of één miljard gelinkt kan worden aan verdachte [medeverdachte 2] .
In de woning van [medeverdachte 1] zijn op 10 november 2016 ook bloedsporen aangetroffen op het bankstel (welke bemonstering werd voorzien van SIN AAJP4707NL) en op de muren achter de hoekbank, ter hoogte van de verste hoek. Dat betroffen zeer kleine bloedspatten die waarschijnlijk deel uit hadden gemaakt van grotere bloedspatpatronen. Eén van de bloedspatten werd bemonsterd als SIN AAJP4708NL. Onderzoek van het NFI heeft uitgewezen dat ten aanzien van de bemonstering SIN AAJP4708NL#01 (bemonstering met bloed lange zijde binnenmuur) een DNA-profiel van een man is aangetroffen dat gelinkt kan worden aan [slachtoffer] . De matchkans is wederom één op één miljard.
Blijkens een proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 13 december 2016 is op 19 november 2016 sporenonderzoek verricht aan de VW Transporter met kenteken [kenteken] . Op de zitting van de achterbank van de VW Transporter is een bemonstering met bloed afgenomen (SIN code AAJP4713NL#01). Blijkens een deskundigenrapport van het NFI is ten aanzien van deze bemonstering een DNA-mengprofiel vastgesteld van minimaal vijf personen, waarvan minimaal één man, te weten [slachtoffer] , en minimaal vier andere personen.
Uit het NFI-rapport d.d. 24 oktober 2017 blijkt voorts dat het DNA-profiel van verdachte [medeverdachte 3] matcht met het DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de zojuist genoemde bemonstering AAJP4713NL#01. Dit betekent dat deze bemonstering naast celmateriaal van [slachtoffer] celmateriaal bevat dat afkomstig kan zijn van de verdachte [medeverdachte 3] . De bemonstering bevat daarnaast celmateriaal van minimaal drie andere personen.
Verklaring getuige [betrokkene 2] :
[betrokkene 2] is op 21 november 2016 en 13 december 2016 gehoord door de politie en heeft bij die gelegenheden verklaard dat hij op 7 november 2016 tussen 23:00 uur en 23:30 uur bij de Papiermolen in Groningen is geweest, samen met [betrokkene 1] (door hem aanvankelijk ‘ [betrokkene 1] ’ genoemd). Volgens [betrokkene 2] werd hij die avond omstreeks 22:30 uur door [betrokkene 1] werd gebeld, die hem vroeg om mee te gaan. [betrokkene 2] is daarop naar [betrokkene 1] zijn huis gegaan en is daarna met hem meegereden naar Groningen. Dat was om ongeveer 22:45 uur. Onderweg kregen ze te horen dat ze naar de Papiermolen moesten. Bij de Papiermolen zag [betrokkene 2] zijn vader staan, met twee mannen. [betrokkene 2] : “Stapte ik uit, ik liep dus hierheen, hier liep een andere jongen heen en hier stond nog een andere man bij m'n vader, om voor te zorgen dat hij niet weg kon. (...) En de man hier, waarvan ik de naam ook weet, die eh ... begon met mij te praten. Die vroeg dus inderdaad "Heb je wat we nodig hebben?" Ik liep weer terug naar de auto, pakte het uit de auto, gaf het aan hem en ik liep toen met hun eerst mee om m'n vader te kunnen zien. (...) Dat is iets dat ik niet meer zal vergeten. Toen kreeg ik de schrik van m'n leven, een beeld wat ik ook niet meer vergeet, letterlijk. Hij is gewoon gemarteld.” [betrokkene 2] verklaart over hoe hij zijn vader zag staan; “Wankelend. Beduusd. Niet meer helder. Bloed over de hele rechterkant van z’n gezicht”.
[betrokkene 2] verklaart verder: “Man 1 is de persoon waaraan ik de plastic zak heb overhandigd, met inhoud.” Op de vraag of hij ook een naam weet, antwoordt [betrokkene 2] : “ [verdachte] ”. Volgens [betrokkene 2] lid van de club. Dat weet hij omdat hij ook wel eens met een hesje aan heeft gezien. Over persoon 2 zegt [betrokkene 2] : “Hij is kaal”. En hij heet [medeverdachte 5] . Ook [medeverdachte 5] heeft hij wel eens met een hesje van No Surrender gezien. Later in deze verklaring begint [betrokkene 2] over de naam [medeverdachte 5] te twijfelen, maar op 13 december zegt hij toch 100% zeker te weten dat de man [medeverdachte 5] heet.
[betrokkene 2] heeft verklaard dat hij nadat hij de tas had overhandigd, aan de mannen vroeg of hij zijn vader mee mocht nemen. Dat mocht niet. Ze zeiden dat hij geld moest betalen vanwege de bad stand. Pas de volgende dag zag [betrokkene 2] zijn vader terug.
Over die volgende dag heeft [betrokkene 2] verklaard dat hij erbij was toen zijn vader werd ontslagen uit het ziekenhuis. [betrokkene 2] : “Ja, dat die ontslagen werd was ik bij. En we stonden buiten, we werden in de gaten gehouden door één van de club. Ik weet ook precies hoe die d'r uit zag. (...) Wij stonden, als je letterlijk met je rug naar de ingang van het UMCG staat, stond 'ie links. Niet bij het glas, maar letterlijk bij de hoek van de muur en daar stond 'ie dan tegen aan te leunen, sigaretje te roken, hield 'ie ons in de gaten. Toen ik zijn kant op keek, keek 'ie steeds weg, toen we in de taxi stapte liep die weg. (...) Ik weet dat hij ons in de gaten hield. Want toen we aankwamen bij m'n vader thuis, nog geen 30 seconden later stond [verdachte] voor de deur. (...) Die kwam even verhaal halen. Uitleggen dat m'n vader een week de tijd had om te betalen, anders was 'ie dood. Hij zei niet letterlijk dat 'ie dan dood ging, hij zei gewoon: Je weet wat er dan gaat gebeuren, dan is het twee keer bad stand, daarna ben je dood.” Hij vertelde dat [slachtoffer] een week had om te betalen. Het ging om € 5.000,-. [betrokkene 2] : “En toen had ik dus gezegd van oké, maar als ik nou vanavond 1100 euro kan regelen, contant, kun je me dan meer tijd geven dat ik je dan later weer wat ga geven? Over een paar maand. Toen zei die: Ja, dat is goed. Zei die, maak ik met jou de afspraak en toen heb ik de hand geschud met hem.(...) Ik zou hem dus die avond om 8 uur, 1100 euro hebben gegeven, dat was de afspraak.” Tijdens het gesprek met ‘ [verdachte] ’ stonden ze in de voortuin, hij stond nog op de straat aan de andere kant van het hekje, aldus [betrokkene 2] .
Over de inhoud van de plastic zak heeft [betrokkene 2] verklaard dat er volgens hem hennep in zat, maar dat hij het niet zelf heeft gezien. Hij heeft wel gezien dat het werd ingepakt. Het ging om toppen hennep, wiet.
Op 13 december 2016 is [betrokkene 2] opnieuw gehoord en heeft toen de door hem beschreven personen op foto’s aangewezen. Hij heeft de door hem genoemde [medeverdachte 5] op foto ‘subject 1 ’ herkend als zijnde [medeverdachte 5] . Over deze persoon heeft [betrokkene 2] verteld dat hij wel eens bij zijn vader thuis was geweest, “vaak genoeg met een hesje aan”. Een hesje van No Surrender. Hij was degene die op de bewuste avond zijn vader meetrok: “Mijn vader die wist niet waar die heen moest en toen pakte die hem direct bij de mouwen en dan sleept die m'n vader gewoon mee.”
De andere persoon waarover [betrokkene 2] heeft verklaard, is door hem herkend op foto ‘subject 3’ als [verdachte] : “Die jongen heb ik al vaker bij m'n vader over de vloer gezien, ook al zoals eerder aangeven, sowieso één keer met hesje van No Surrender. Want hij is diegene waarmee ik toen die .. waar ik toen dat eh ... die plastictas aan heb moeten geven. Ik heb aan [verdachte] toen die plastic tas gegeven. (...) Waar hij woont, weet ik niet precies maar wel in de buurt van [plaats] , daar heb ik 'm altijd gezien en hij heeft ook heel veel geluk gehad voor het hek toen de volgende ochtend, dat mijn vader ontslagen was uit het ziekenhuis.(...) Die kwam nog eventjes verhaal halen, [verdachte] kwam nog even verhaal halen. Bij m’n vader voor het huis, zeggen dat die geld moest betalen. En hij heeft gezegd dat het zeker 'bad stand' is.” Dit was op de dag dat zijn vader het ziekenhuis werd ontslagen, aldus [betrokkene 2] . Verderop verduidelijkt [betrokkene 2] dat hij niet zeker weet of deze persoon nu [verdachte] of [verdachte] heet, maar dat hij met die namen op dezelfde persoon doelt, dus [verdachte] .
Anders dan de verdediging heeft bepleit, acht het hof de verklaring van [betrokkene 2] geloofwaardig en betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Het betreft een concrete en gedetailleerde verklaring, die steun vindt in andere bewijsmiddelen. Dat [betrokkene 2] in zijn verklaring eerlijk heeft aangegeven dat hij twijfelt over de naam [medeverdachte 5] , is een omstandigheid die bij het hof juist een authentieke, oprechte indruk wekt. Dit maakt het bovendien onaannemelijk dat hij door zijn vader of anderen is beïnvloed, zoals de verdediging heeft geopperd. Ook anderszins ziet het hof geen aanleiding aan de verklaring van [betrokkene 2] te twijfelen.
Verklaring getuige [betrokkene 1] :
Op 28 november 2016 is [betrokkene 1] als getuige gehoord. Hij heeft bevestigd dat hij op 7 november 2016 is gebeld door de vader van [betrokkene 2] , waarna hij [betrokkene 2] heeft gebeld en samen met hem naar een locatie in Groningen is gereden.
Verklaring getuige [betrokkene 3] :
[betrokkene 3] heeft op 19 december 2017 tegenover de rechter-commissaris verklaard dat [medeverdachte 2] (het hof begrijpt [medeverdachte 2] ) de toenmalige vriend van [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) was. Volgens [betrokkene 3] heeft [medeverdachte 1] haar op 6 november 2016 verteld dat [slachtoffer] bij haar thuis zou komen en dat hij mishandeld zou worden: “ [medeverdachte 1] heeft tegen mij gezegd dat [slachtoffer] daar zou komen en dat hij mishandeld zou worden. Dat zou zondag plaatsvinden, maar uiteindelijk vond dat maandag plaats. Ik heb dit van [medeverdachte 1] bij haar thuis gehoord. Ik was daar op de avond van 6 november 2016. U houdt mij voor dat ik bij de politie heb verklaard dat ik toen tegen [medeverdachte 1] heb gezegd dat “dit problemen zou gaan opleveren en dat zij er niet mee weg konden komen als zij iemand zouden mishandelen”. Dat heb ik toen inderdaad gezegd tegen [medeverdachte 1] . U vraagt of [medeverdachte 1] namen heeft genoemd van personen die de mishandeling zouden uitvoeren. [medeverdachte 1] heeft geen namen van personen genoemd. Wel heeft zij No Surrender genoemd. U vraagt of [medeverdachte 1] heeft gezegd hoe [slachtoffer] mishandeld zou worden. Nee, niet hoe. Zij heeft wel een aantal dingen genoemd, o.a. het strijkijzer. De tattoos zouden van zijn arm worden afgebrand met het strijkijzer. Er zijn wel andere dingen gezegd, maar dat van het strijkijzer is het enige wat mij is bijgebleven.”
Dat [betrokkene 3] die dag inderdaad bij [medeverdachte 1] thuis is geweest, vindt bevestiging in het feit dat haar telefoon op 6 november 2016 rond 18:40 uur, met het wachtwoord van [medeverdachte 1] , contact heeft gemaakt met de modem in de woning van [medeverdachte 1] . Dat er contact is geweest tussen [betrokkene 3] en [medeverdachte 1] wordt tevens ondersteund door het Whatsappgesprek tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 4] , waaruit ook kan worden afgeleid dat het plan aanvankelijk was om [slachtoffer] op 6 november 2016 al te grazen te nemen, en daarnaast het (latere) Whatsappgesprek met [betrokkene 5] , waarin zij op 7 november 2016 om 14:34 uur vraagt of ze nog iets gehoord heeft over gisteren. [betrokkene 3] antwoordt daarop: “Ja vanavond nu, want hij was in slaap gevallen ofzo”. Dit bericht sluit aan op het bericht van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] op 6 november 2016 om 01:11 uur dat hij in slaap was gevallen en morgen komt, als ook bij de verklaring van [slachtoffer] dat [medeverdachte 1] hem aanvankelijk vroeg om op 6 november 2016 te komen, maar hij niet is geweest.
Uit het voorgaande blijkt dat [betrokkene 3] op 7 november 216 om 14:34 uur over informatie beschikte, waarvan de juistheid wordt bevestigd door het bericht dat [medeverdachte 1] op 6 november 2016 om 01:11 uur aan [medeverdachte 2] had gestuurd. Nu de verklaring van [betrokkene 3] op verschillende punten wordt ondersteund, en het hof ook overigens geen aanleiding ziet, te twijfelen aan haar verklaring, gaat het hof uit van de juistheid van die verklaring.
Opgenomen gesprekken:
Het hof overweegt voorts dat de aangifte van [slachtoffer] en de door hem gestelde betrokkenheid van verdachten, steun vindt in opgenomen OVC-gesprekken.
Zo is er op 10 november 2016 een gesprek opgenomen in het clubhuis van No Surrender inhoudende:
Gesprek van 10 november 2016:
(…) NN: Die rooie [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer] ), die heb een BS (het hof begrijpt: een bad standing) gekregen, die heeft hem gehad, nu. Die hebben we eindelijk te pakken gehad. Die was heel lang onderweg. Die hebben we afgelopen dinsdag, hebben we die heel goed te grazen gehad.
NN: Die ligt helemaal in diggelen, die is helemaal in z'n nakie bij ‘t flikkerbos d’r uit gegooid. Naar huis laten lopen.
[betrokkene 6] : Hef klap 'n had
NN: Ja, heel, heel, heel veel klappen heeft hij gehad. Die is helemaal total... die is echt heel erg (ntv). We zouden dus, z'n rug gaan doen, maar [verdachte] is een paar keer heen geweest, maar zelfs z'n vrouw en kinderen zijn nou uit/in huis.
H: Mooi laten zitten.
NN: deze was perfect ook, dinsdag. Zat in een huis, had ons nooit verwacht, (ntv) huissleutel, (ntv) Hij lag te slapen op de bank, (ntv) handschoenen aan
− NN2: Wakker worden
- NN: Hallo, wakker worden (ntv) achter in de bus gegooid. Ja, was mooi.
Blijkens een proces-verbaal van stemherkenning d.d. 24 februari 2017 betreft dit een gesprek tussen [betrokkene 7] en twee andere personen, die in de schriftelijke verslaglegging van dit gesprek worden aangeduid met NN en NN2. Naar aanleiding van het afluisteren van bovengenoemde geluidsopname, herkenden verbalisanten de stem die in dit uitgewerkte gesprek van 10 november 2016 werd aangeduid als NN, als de stem van [medeverdachte 4] was.
Voorts houdt het rapport van het NFI d.d. 16 maart 2018 in: “De bevindingen van het vergelijkend spraakonderzoek dat heeft plaatsgevonden tussen aan verdachte (hof: [medeverdachte 4] ) toegekende delen uit het OVC-gesprek, onder meer de zin: “Die heb ee die die heb een b die heb een B.S. gekregen”, (opmerking hof: zoals dat hiervoor is vermeld) en verhoren van verdachte door de politie. Conclusie: De bevindingen van het onderzoek ten aanzien van het overgelegde onderzoeksmateriaal zijn waarschijnlijker onder de hypothese dat het betwiste materiaal is geproduceerd door verdachte [medeverdachte 4] dan onder de hypothese dat het betwiste materiaal is geproduceerd door een andere mannelijke spreker met een vergelijkbare taalachtergrond dan verdachte [medeverdachte 4] .
Het hof is met de rechtbank en de advocaat-generaal van oordeel dat op grond van het voorgaande met een aan zekerheid grenzende mate van waarschijnlijkheid is vast te stellen dat de persoon die de voor het bewijs gebezigde passages uitspreekt, verdachte [medeverdachte 4] is. In dit kader is van belang dat een aantal van de door de deskundige genoemde specifieke, identificerende aspecten juist die onderdelen betreffen die voor de bewijsvoering relevant zijn, zoals de geconstateerde redelijk hoge mate van niet-vloeiende spraak, die onder meer tijdens de opnames terugkomt in passages als “Die heb ee die die heb een b die heb een B.S. gekregen”.
Vervolgens is nog een ander gesprek van belang, te weten een gesprek tussen [medeverdachte 2] (aangeduid als [medeverdachte 2] ) en [betrokkene 8] (aangeduid als [betrokkene 8] ), dat op 13 januari 2017 in de PI de Marwei te Leeuwarden is opgenomen. Hierin wordt onder andere besproken:
(…)
[betrokkene 8] : Nee.. dat is gewoon kloten. (Onverstaanbare zin). (Lacht). Dus alleen Ferrie en [medeverdachte 5] moeten doen. Dat ga ik dan regelen.
[medeverdachte 2] : (Onverstaanbaar woordje) advocaat. Ferrie, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] zaten in die bus.
[betrokkene 8] : [medeverdachte 3] moet ook....
[medeverdachte 2] : Ze moeten slikken broer, ze moeten...
[betrokkene 8] : Om de rest vrijuit te krijgen.
[medeverdachte 2] : Ja, ze moeten slikken.
[betrokkene 8] : Ik ga kijken of dat kan.
[medeverdachte 2] : Ja.
[betrokkene 8] : Ik zal kijken of dat mogelijk is ik snap het wel.
[medeverdachte 2] : Want dat zei ik toen gelijk al, ik zeg jullie hebben deze fout gemaakt dus jullie moeten zoek het maar uit.
(…)
[medeverdachte 2] : [medeverdachte 5] had wel zijn hele bus schoongemaakt.
Ten slotte is het op 29 maart 2017 in de PI opgenomen gesprek tussen [medeverdachte 3] en zijn moeder van belang, waarvan de advocaten-generaal terecht hebben opgemerkt dat uit de context kan worden afgeleid dat het over [medeverdachte 2] gaat. Dit gesprek houdt in:
“(…)
00:15:00
(…)
[betrokkene 9]: Denk jij dat?
[medeverdachte 3]: Nou jah weet je ik heb zoiets van. hoezo moeten wij gaan slikken weet je.
[betrokkene 9]: Huhum.
[medeverdachte 3]: Waarom moeten wij gaan slikken, alle bewijs die leidt direct naar hem toe. Weet je dus d'r is bewijs van. .
[betrokkene 9]: Hij was jah haantje de voorste.
[medeverdachte 3]: Hij had handschoenen ..
[betrokkene 9]: Ja.
[medeverdachte 3]: Hij heeft handschoenen aangehad ...
[betrokkene 9]: Hm.
[medeverdachte 3]: .. met van die rubberen noppen ...
[betrokkene 9]: Ja.
[medeverdachte 3]: .. . eh daar is bloed van [slachtoffer] op gevonden en zijn DNA is in die handschoen gevonden.
(…)
Overig bewijs:
De auto van [slachtoffer] is door de politie voor de woning van [medeverdachte 1] aangetroffen. De auto is weggesleept, waarover door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] telefonisch is gesproken. Ook dit telefoongesprek komt hieronder nog aan de orde.
De kleding van [slachtoffer] is in de buurt van de woning waar hij heeft aangeklopt, aangetroffen. Ook dit strookt met zijn aangifte.
Voorts is van belang dat getuige [betrokkene 10], de toenmalige vriendin van [medeverdachte 2] , heeft bevestigd dat [medeverdachte 2] in een Renault Megane rijdt, die op naam staat van [medeverdachte 4] . [betrokkene 10]: “Ik weet dat [medeverdachte 2] de auto eigenlijk altijd gebruikt. [medeverdachte 4] is een maat van [medeverdachte 2] , hij kent hem van No Surrender”. De auto wordt op 7 november 2016 bij de woning van [medeverdachte 2] aangetroffen en [medeverdachte 2] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat de Renault inderdaad van hem is. Eén van de auto’s die volgens [slachtoffer] bij het ten laste gelegde feit is gebruikt, betreft een Renault.
Ten slotte acht het hof met betrekking tot de verklaring van [slachtoffer] omtrent het vervolg op 8 november 2016 het volgende van belang. Uit observatie door de politie is gebleken dat er op 8 november 2016 om 20:40 uur en 21:15 uur twee mannen bij de woning van [slachtoffer] stonden. Er werd naar binnengekeken en hard op het raam geklopt. De mannen maakten gebruik van een VW-busje met kenteken [kenteken] . Deze auto werd om 21:25 uur gecontroleerd door de politie. Op dat moment zaten in de auto: [medeverdachte 5] (bestuurder), [medeverdachte 3] (bijrijder) en verdachte (op de achterbank).
Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat de verklaring van [slachtoffer] over wat hem op 7 en 8 november 2016 is overkomen, van begin tot eind op verschillende punten bevestiging vindt in het dossier.
Historische verkeers- en locatiegegevens
Wat het bewijs naar het oordeel van het hof rond maakt, zijn de telefoongegevens die gedurende het onderzoek Turgon zijn verzameld. Het betreffen historische verkeersgegevens en locatiegegevens van zowel [slachtoffer] - die stroken met zijn verklaring omtrent de verschillende locaties - als van verdachten en andere betrokkenen. In samenhang bezien met de andere, hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen, kan op grond hiervan de juistheid van de verklaring van [slachtoffer] en de betrokkenheid van verschillende verdachten in het onderzoek Turgon worden vastgesteld.
Ten aanzien van het verweer dat in meerdere zaken is gevoerd, inhoudende dat telefoons van verdachten ten tijde van het onder 1 ten laste gelegde waren uitgeleend/verloren/vergeten, zodat de aanwezigheid/betrokkenheid van bepaalde verdachten op een bepaalde plek niet uit die gegevens kan worden afgeleid, geldt dat het hof die verklaringen simpelweg niet gelooft. De verklaringen daarover zijn onlogisch en vinden geen steun in het dossier. Deze verklaringen worden daarom als onaannemelijk terzijde geschoven. In de specifieke zaken waarin die verweren worden gevoerd, zal het hof daar concreter op ingaan, maar dit is de kern. Het hof benadrukt hierbij dat de gegevens als steunbewijs gelden voor de verklaring van [slachtoffer] , en dat ze in samenhang moeten worden bezien met het overige, hiervoor aangehaalde bewijs. Het is derhalve niet zo dat de aanwezigheid van verdachten op bepaalde plekken enkel op telefoongegevens wordt gebaseerd, want daarvoor zijn de gegevens onvoldoende specifiek.
Het hof wijst in dit verband op het NFI rapport van deskundige Schramp over de nauwkeurigheid en interpretatie van de historische verkeersgegevens. Uit het rapport blijkt, dat de maximale (best mogelijke) nauwkeurigheid van de locatiebepaling met behulp van historische verkeersgegevens gelijk is aan het bij het basisstation behorende celgebied. Met behulp van de geregistreerde CELL-ID’s op een bepaald tijdstip is het mogelijk om te bepalen dat een mobiele telefoon zich op dat moment binnen het celgebied van het basisstation bevindt. De wijze waarop de politie de verkeersgegevens heeft geïnterpreteerd, is dan ook juist te noemen.
Voorts blijkt uit dit rapport dat de vraag welk basisstation aangestraald wordt, van veel factoren afhankelijk is: het netwerk, de generatie, maar ook de exacte positie en/of oriëntatie van het toestel. Lokale omstandigheden zoals reflectie of afscherming kunnen er ook voor zorgen dat een bepaald basisstation wel of niet wordt aangestraald. Door lokale omstandigheden (bijvoorbeeld) door het gebruik van verschillende netwerkaanbieders of van verschillende generaties netwerken, is het dus mogelijk dat twee telefoons die verondersteld worden bij elkaar te zijn, toch twee verschillende basisstations verbinden. Dit weerlegt het verweer van de verdediging dat het feit dat verschillende basisstations worden aangestraald, zou betekenen dat deze gebruikers zich (dus) niet op dezelfde plek bevinden.
Ook de stelling dat het aanstralen van twee verschillende basisstations binnen korte tijd betekent dat de verdachte zich verplaatst, is een stelling die blijkens voornoemd rapport niet opgaat. Deskundige Schramp relateert immers dat het aanstralen van twee basisstations binnen 6 minuten zowel verklaard dan worden door verplaatsing als door een stationair scenario.
In het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2016 is de koppeling tussen telefoonnummers en de verschillende personen beschreven. Daaruit blijkt dat:
[telefoonnummer 1] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 2]
[telefoonnummer 2] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 2]
[telefoonnummer 3] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 5]
[telefoonnummer 4] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 5]
[telefoonnummer 5] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 1]
[telefoonnummer 6] in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 1]
Het telefoonnummer [telefoonnummer 7] is aan verdachte [medeverdachte 3] toegeschreven.
Het telefoonnummer [telefoonnummer 8] is aan verdachte [medeverdachte 4] toegeschreven.
Tevens zijn de historische verkeersgegevens van de aangever [slachtoffer] bij deze analyse betrokken. Hij maakte ten tijde van het gepleegde strafbare feit gebruik van het telefoonnummer: [telefoonnummer 9].
Van verdachte [verdachte] bevat het dossier geen telefoongegevens.
Het hof zal hierna telkens de laatste 4 cijfers van het telefoonnummer aanhalen, met daarachter de naam van de verdachte aan wie dat nummer wordt toegeschreven.
De veiliggestelde gegevens houden, voor zover hier van belang het volgende in:
6 november 2016:
01:11:56: ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ): Hij vertelde wat dingen, hij heeft auto en 4000eu maar lang niet zoveel bij zich. Die 200/300. die ie mee heeft kan k wel pakke misschien f wachten beter z
01:11:56: ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ): eg maar mijn schatje ... Wat jij wil. Kk mongool haha bah schat.
Uit de context van het bericht, in samenhang met de berichten die in de avond van 6 november 2016 tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn verzonden, en de berichten tussen [betrokkene 11] en [medeverdachte 1] , leidt het hof af dat [medeverdachte 1] het in voornoemde berichten van 01:11:56 uur over [slachtoffer] heeft. Er wordt over een auto en geld gesproken, maar dat hij kennelijk niet zoveel bij zich heeft. Uit de laatste zin lijkt te volgen dat [medeverdachte 1] de 200/300 (naar het hof aanneemt: euro) die hij mee heeft, misschien wel kan pakken. Dit is een aanwijzing dat [medeverdachte 1] wel degelijk wist - en ook zelf dat opzet had - dat [slachtoffer] geld of goederen van waarde afhandig moest worden gemaakt.
In de avond van 6 november 2016 stuurt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] :
21:26:35: ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ): Hij is er nog niet schatje.
22:49:16: ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ): Hij bericht me hij was in slaap gevallen hij komt morgen die kk mongool dan weet je dat lief xx in de avond zeg k tegen hem
Deze berichten tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bevestigen de verklaring van [slachtoffer] en [betrokkene 3] dat het aanvankelijk de bedoeling was dat [slachtoffer] op 6 november 2016 zou komen.
Ook met [betrokkene 11] heeft [medeverdachte 1] in de nacht van 5 op 6 november 2016 telefonisch contact gehad over [slachtoffer] . Dit blijkt uit het feit dat zij in de gesprekken met [betrokkene 11] - een vriend van haar - spreekt over iemand die bij haar is en ‘morgenavond’ weer komt. [betrokkene 11] maakt naar eigen zeggen gebruik van telefoonnummer 06-[telefoonnummer 10] en [medeverdachte 1] van 06-[telefoonnummer 6]. De berichten tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 11] luiden onder andere:
00:24:00 UTC+0100 ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Gaat nog fucking lang duren zeker tot die gap weg is
00:36:28 ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]): Nee mop heb k geen zin in ook echt maar a komt zometeen wel haha k pak zowieso wat snuif van hem af zo hahaha
00:36:58 ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]): Beter kom je wel fuck die bud
0:44:23 UTC+01:00 ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Zou ik ook doen maar duurt nog lang voordat die komt zeker?
0:44:36 UTC+01:00 ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Ja maar hij gaat telkens tegen mij zeuren
0:44:42 UTC+01:00 ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Bel me zo dan dat ik moet komen
0:55:05 ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]): Doe k dit is mijn huis he schat hij is niks van mij A komt over niet te ang word leuk x
1:17:01 UTC+01:00 ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Kom er so aan
1:47:00 UTC+01:00 ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Is die al Gone
2:10:27 ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]): Nee maar als jij komt gaat ie k heb snuif uan hem ben aan verpakken. Kom aub trek hem niet alleen haha
2:17:49 UTC+01:00...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Vind die vast niet chill
2:20:34 UTC+01:00 ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Nah ik weet het niet ga denk ik nu pil eten
2:20:39 UTC+01:00 ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Heb dan geen zin aan gezeur
2:22:55 ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]): En dan wat hahaha k pak zo wat geld en dan klaar hahaha
2:25:08 UTC+01:00 (Network) ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Nee jong hij wil met je slapen
2:25:15 UTC+01:00 (Network) ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Dan haat die mij
2:25:41 ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]): Hij heeft ook pil gehad geen gezeur mop dam sla k hem haha
2:35:42 UTC+01:00 (Network) ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Heb je veel spul?
2:44:27 ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]): Ja genoeg hij slaapt zowieso niet hier...a maakt hem dood hahaha
(...)
3:08:31 ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]): Kom jij gewoon dan... Hij is een pussy hier is bier smuif wiet haha
5:01:22 UTC+01:00 ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Irritante gast man
5:01:28 UTC+01:00 ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]) bericht uit naar ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ): Kan slecht tegen
5:31:43 ( [medeverdachte 1] ) bericht uit naar ...[telefoonnummer 10] ([betrokkene 11]): Ja hij moet weg bah echt morgen komt ie weer dan is klaar dat moet j Zien
(…)
Ook in dit gesprek met [betrokkene 11] spreekt [medeverdachte 1] over het pakken van geld, over dat hij (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) morgen (het hof begrijpt: 6 november 2016) weer komt en dat het dan “klaar is”.
Uit de al eerder aangehaalde verklaring van [betrokkene 3] blijkt dat zij [medeverdachte 1] op 6 november 2016 in de avonduren heeft bezocht. Het hof verwijst in dit kader naar hetgeen hiervoor bij de verklaring van getuige [betrokkene 3] is opgemerkt.
Uiteindelijk is [slachtoffer] op maandag 7 november 2016 (weer) bij [medeverdachte 1] op bezoek gekomen. De relevante telefoongegevens in dat verband zijn:
7 november 2016:
18:12:03: ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ) straalt mast met CELL-ID aan, [zendmast 1], deze mast geeft dekking op de plaats delict (het hof begrijpt: de [a-straat 1] te [plaats] ), inkomende gesprek met ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ), 1018 sec (…)
19:55:22: Locatiedata Samsung Galaxy [medeverdachte 3] via bevraging bij database Google periode (…), geolocatie [plaats] nabij woning [medeverdachte 3] aan de [c-straat 1] aldaar (…).
20:17:01: ...[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) straat CELL-ID aan, [zendmast 2]. Dit betreft een spraakcontact tussen ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) en ..[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ). Deze CELL-ID geeft dekking aan het verblijfsadres van [medeverdachte 3] (…).
20:48-20:56: ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) verplaatst zich op 07-11-16 van CELL-ID’s in Groningen (18:12 uur tot en met 19:58 uur) via CELL-ID’s in Westerbroek, Foxhol, Bedum, Stedum, naar een CELL-ID aan de Tjarierweg te Uithuizermeeden (20:48 uur tot en met 20:56 uur) (…).
21:03:16: ...[telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 4] ) ontvangt spraakbericht van ...[telefoonnummer 1] ( [medeverdachte 2] ): Yo [medeverdachte 4], euh.. [medeverdachte 5] komt je zo ophalen ja dan rij ik door naar Vink. Ik wacht op jou in Vink (…)
21:12:44: ...[telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 4] ) zendt bericht naar ...[telefoonnummer 1] ( [medeverdachte 2] ): Check (…)
21:13:12: ...[telefoonnummer 1] ( [medeverdachte 2] ) spraakbericht naar ...[telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 4] ): Hij is d’r al dan weet je dat. Check mij even, check mij even, check mij even, check mij even [medeverdachte 4] (…)
21:13:20: ...[telefoonnummer 1] ( [medeverdachte 2] ) spraakbericht naar ...[telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 4] ): Hij wacht op ons hè mà (…)
21:13:48: ...[telefoonnummer 8] ( [medeverdachte 4] ) spraakbericht naar ...[telefoonnummer 1] ( [medeverdachte 2] ): Dikke vette check (…)
21:15:49: [medeverdachte 4]: Jij pikt me op? (…)
21:16:11: [medeverdachte 5]: Yes. (…)
21:17:55: [medeverdachte 4]: Yes yes yes yessaa. (…)
21:22:35: [medeverdachte 4]: Hoever bin je dan of rijd je net weg? (…)
21:29:21: [medeverdachte 5]: 5 min bij je. (…)
21:29:34: [medeverdachte 4]: Check. (…).
21:33:26: [medeverdachte 5]: Bn er (…).
Het hof leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 4] net na 21:30 uur is opgehaald door [medeverdachte 5] , in - zo neemt het hof aan - zijn VW Transporter en dat hij rond 22:00 uur samen met [medeverdachte 5] het dekkingsgebied van de woning van [plaats] is binnengegaan. Dat er geen telefoongegevens van [medeverdachte 4] zelf beschikbaar zijn die dit bevestigen, doet daaraan niet af en is ook niet in strijd met het feit dat de historische printgegevens van de telefoons van [medeverdachte 4] op de avond van 7 november 2016 geen communicatie laten zien. Dit is niet in strijd met elkaar, nu op historische printgegevens geen Whats-appberichten te zien zijn. Hetgeen de verdediging heeft aangevoerd leidt bij het hof niet tot twijfel dat [medeverdachte 4] de persoon is met wie [medeverdachte 2] voorgaande berichten heeft uitgewisseld. Het hof wijst in dit kader op de genoemde de namen ‘[medeverdachte 4]’, ‘ [medeverdachte 4] ’, maar ook de naam van [medeverdachte 5] , hetgeen past in het geheel van bewijsmiddelen. Zijn aanwezigheid en betrokkenheid blijken bovendien óók uit het hiervoor gehaalde OVC-gesprek in het clubhuis.
Ten aanzien van [medeverdachte 3] neemt het hof op grond van de gegevens aan dat hij om 19:55 uur nog thuis was, waarna hij zich heeft verplaatst vanaf het dekkingsgebied van zijn woning in [plaats] richting [plaats] , alwaar hij zich van 22:00 uur tot 22:15 uur - in welke periode [slachtoffer] in de woning van [medeverdachte 1] is mishandeld - heeft bevonden.
Ook [medeverdachte 5] heeft locaties in [plaats] aangestraald, gedurende de periode 22:07 uur tot en met 22:39 uur. Dit was gedurende de periode dat de telefoon van [slachtoffer] ook in dit gebied was en rond het tijdstip waarop de mishandeling moet hebben plaatsgevonden.
Aanstralen [plaats] :
21:58:19: Locatiedata Samsung Galaxy [medeverdachte 3] geolocatie Hoornsedijk (…)
21:58:39: Locatiedata Samsung Galaxy [medeverdachte 3] geolocatie T.W.S. Mansholtstraat (…)
22:00:06 t/m 22:15:58: Locatiedata Samsung Galaxy [medeverdachte 3] geolocatie [plaats] (…)
22:02:59: mast CELL-ID aanstralen [zendmast 3] door ...[telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), datasessie (…)
22:07:38: mast CELL-ID aanstralen Palderseweg te Lieveren door ...[telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), datasessie (…)
22:28:52: mast CELL-ID aanstralen Sportlaan 6 te Vries door ...[telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), datasessie (…).
Het hof acht aannemelijk dat de mishandeling tussen 22:00 uur en 22:13 uur heeft plaatsgevonden. Dit strookt met de verklaring van [slachtoffer] over zijn komst in de woning van [medeverdachte 1] en de tijd waarop zijn belagers zouden zijn gekomen. Voorts klopt dit met de hier aangehaalde gegevens en het feit dat [slachtoffer] om 22:13 uur voor het eerst naar [betrokkene 1] heeft gebeld. Dit was naar zijn zeggen om geld te regelen. Dit eerste telefoontje aan [betrokkene 1] vond volgens [slachtoffer] nog plaats bij [medeverdachte 1] thuis:
22:13:30: ...[telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ) belt voor het eerst met ...[telefoonnummer 11] ( [betrokkene 1] ) (…)
22:30:03: ...[telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ) wordt gebeld door ...[telefoonnummer 11] ( [betrokkene 1] ) (…).
22:35:05: mast CELL-ID aanstralen [zendmast 3] door ...[telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), datasessie (…).
22:39:47: ... [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ) belt uit naar ...[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ), duur 15 sec, beiden onder aanstralen van [zendmast 3] (…).
Uit het voorgaande leidt het hof af dat de verdachten in ieder geval tot 22:30 uur in of bij de woning van [medeverdachte 1] zijn gebleven. Zowel [medeverdachte 5] als [medeverdachte 3] waren hier. Uit het feit dat zij elkaar om 22:39 uur hebben gebeld, leidt het hof af dat zij zich toen niet meer bij elkaar bevonden en kennelijk onderweg waren naar de Papiermolen. Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] , verspreid over de VW Transporter van [medeverdachte 5] en de Renault van [medeverdachte 2] , naar de Papiermolen zijn gereden. Wie precies waar zat, acht het hof voor het bewijs niet relevant, noch roept de onzekerheid daarover twijfels op bij de waardering van het bewijs als geheel. Dat er van verdachte [verdachte] geen telefoongevens beschikbaar zijn die het voorgaande bevestigen, doet aan het voorgaande niet af. Het hof acht de verklaring van [slachtoffer] , die al vanaf het begin over de aanwezigheid van [verdachte] heeft verklaard, in samenhang met de verklaring van en herkenning door [betrokkene 2] voldoende om de betrokkenheid van [verdachte] vast te stellen.
Het Facebook-contact dat [medeverdachte 1] om 22:49 uur met [betrokkene 12] had, bevestigt dat het incident (op die locatie) toen tot een einde was gekomen. Zij stuurt [betrokkene 12]: ‘“ik moet wat lozen maarkan niet dikke drama hier maar kan nieg vertellen op ffbook’ (…).
Om 22:50 uur belt [medeverdachte 1] vervolgens met [betrokkene 11] met de vraag of hij komt chillen. Zelf heeft [betrokkene 11] hier later over verklaard dat hij vermoedt dat ze een alibi wilde hebben.
Uit raadpleging van Google blijkt dat de route van de [a-straat 1] te [plaats] naar de Papiermolen te Groningen bij normale snelheid tussen de 16 en 18 minuten bedraagt, afhankelijk van de gekozen route.
22.48.41uur: [telefoonnummer 12] (
op basis van het proces-verbaal van bevindingen d.d 10 januari 2017 (…) begrijpt het hof dat bedoeld wordt [telefoonnummer 12], het telefoonnummer van [betrokkene 13]) belt in op ...[telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ). Er vindt geen gesprek plaats. ...[telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ) straalt een CELL-ID aan de Snelliusstraat 91 te Groningen, in de directe omgeving van de Papiermolenlaan 3 te Groningen (…).
22.49.24 - 23.09.49uur heeft ...[telefoonnummer 11] ( [betrokkene 1] ) 9 keer contact proberen te krijgen met [telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ).
23.00.02: contact van 55 seconden tussen ...[telefoonnummer 11] ( [betrokkene 1] ) en ...[telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ). ...[telefoonnummer 9] ( [slachtoffer] ) straalt dan een CELL-ID aan de Vondellaan 77 te Groningen aan, die dekking geeft aan de Papiermolenlaan 3 te Groningen. (…)
23:01:06: mast CELL-ID aanstralen Expositielaan 7 te Groningen ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) ingebeld door ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ), deze CELL-ID geeft dekking op PD bij de Papiermolen, 28 sec (…)
23:07:36: mast CELL-ID aanstralen Hereweg 120 te Groningen, ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) ingebeld door ...[telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 1] ), deze CELL-ID geeft dekking op de PD bij de Papiermolen, 59 sec (…)
23:12:11: ...[telefoonnummer 13] ( [medeverdachte 3] ) Whatsapp belcontact uit naar ...[telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] , gesprek gemist) (…)
23:19:38: mast CELL-ID aanstralen Waterloolaan 1 te Groningen, ...[telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ) belt uit naar ...[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) (…). Deze CELL-ID geeft dekking op de plaats delict bij de Papiermolen.
23:19:37: CELL-ID KPN ...[telefoonnummer 14] mast locatie Stationsplein 7 te Groningen
23:21:08: mast CELL-ID aanstralen Waterloolaan 1 te Groningen door ...[telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), datasessie (…).
Uit voorgaande gegevens leidt het hof af dat de verdachten omstreeks 22:48 uur met [slachtoffer] bij de Papiermolen in Groningen zijn gearriveerd. Hij heeft daar tot 23:10 uur een mast aangestraald. Daar waar in [plaats] geen mastgegevens van [medeverdachte 2] bekend waren, heeft de telefoon met het nummer dat aan hem wordt toegeschreven in de buurt van de Papiermolen wel CELL-ID’s aangestraald van 23:01 uur tot en met 23:07 uur. Het hof ziet hierin voldoende bevestiging voor de verklaring van [slachtoffer] dat ook [medeverdachte 2] daar aanwezig was. Dat [betrokkene 2] niet over de aanwezigheid van [medeverdachte 2] bij de Papiermolen heeft verklaard, maakt dat niet anders. Ook de gestelde aanwezigheid van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] wordt bevestigd door de telefoongegevens. Met betrekking tot het verweer dat [medeverdachte 3] enkel een mast aanstraalde die theoretisch dekking gaf aan die locatie, merkt het hof op dat een nadere netwerkmeting door de politie heeft aangetoond dat de dichtstbijzijnde locatie waar de telefoon van [medeverdachte 3] zich heeft bevonden een locatie was op loopafstand van De Papiermolen (23:19:37 uur).
De aanwezigheid van verdachte bij de Papiermolen blijkt weliswaar niet uit mastgegevens, maar wel uit zowel de verklaring van [slachtoffer] als van diens zoon [betrokkene 2] . Voor [medeverdachte 4] geldt dat zijn aanwezigheid bij de Papiermolen slechts blijkt uit de verklaring van [slachtoffer] . Nu de verklaring van [slachtoffer] op vele, essentiële onderdelen steun vindt in het dossier, en hij zijn verklaring ten overstaan van de rechter-commissaris heeft herhaald en geconcretiseerd (“Ik zag hem vooruit lopen en dat is wat ik nog weet.”) gaat het hof ook ten aanzien van dit onderdeel uit van de juistheid van zijn verklaring. Ook hier betrekt het hof voornoemd OVC-gesprek in het clubhuis bij.
Na de overdracht van de tas met inhoud bij de Papiermolen aan [verdachte] , zijn enkele van de verdachten met [slachtoffer] naar Glimmen gereden:
7 november 2016
23:28:40: mast CELL-ID aanstraling Goudlaan 305-551 te Groningen, ...[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) wordt gebeld door ...[telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ), 01:29 (…)
23:28:41: mast CELL-ID aanstralen Aquamarijnstraat 3-145 te Groningen, ...[telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ) belt uit naar ...[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ), 15 sec (…)
23:48:28: mast CELL-ID aanstralen Safierstraat 2 te Groningen, ...[telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 5] ) belt uit naar ...[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ), 0 seconden (gemist gesprek) (…)
8 november 2016:
00:01:08: mast CELL-ID aanstralen aan de Magnusstraat 91 te Groningen, ...[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) ingebeld door ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) (…)
00:14:21: ... .[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) belt uit naar nummer in gebruik bij [betrokkene 8] en straalt dan een CELL-ID aan in Stedum (…)
00:21:19: Locatiedata Samsung Galaxy [medeverdachte 3] geolocatje Glimmen, tussen Meentweg 22 en locatie aantreffen kleding (…).
De melding van zware mishandeling/ontvoering van [slachtoffer] door de bewoners van het huis waar hij heeft aangebeld, is om 00:29 uur bij de politie binnengekomen.
00:32:53:: mast CELL-ID aanstralen Rijksweg West 51 te Westerbroek, ...[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) belt uit naar ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ), 3 sec (…)
00:34:25: ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) belt uit naar …[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ), 15 sec (…)
Om 00:39 uur was de politie bij melders ter plaatse aan de Meentweg in Glimmen.
00:14:21: ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) belt naar...[telefoonnummer 15] (…)
00:34:19 uur: ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ) belt naar ...[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) (…)
01:03:27 uur: ...[telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 3] ) straalt een CELL-ID in Stedum aan (…).
10:00:37: (UTC+1) toestel [medeverdachte 3] (Samsung Galaxy S4), inkomend gesprek van ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ), 0 sec (…)
10:01:10: (UTC+1) toestel [medeverdachte 3] (Samsung Galaxy S4), inkomende gesprek van ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ), 49 sec (…)
10:23:36: (UTC + 1) toestel [medeverdachte 3] (Samsung Galaxy S4), inkomend gesprek van ...[telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 2] ), 33 sec (…),
11:07:58: (UTC+1) toestel [medeverdachte 3] (Samsung Galaxy S4) heeft een locatie gelogd, die na bevraging bij Google, gelegen is in de omgeving van [plaats], in welk gebied de woning van [medeverdachte 3] valt (…)
11:08:00: (UTC+1) toestel [medeverdachte 3] (Samsung Galaxy S4 ) heeft een locatie gelogd, die na bevraging bij Google, die gelegen is in de omgeving van [plaats], in wel gebied de woning van [medeverdachte 3] valt (…).
Ten slotte acht het hof het tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 10 november 2016 (11:41:54 uur, (…)) relevant, inhoudende:
[medeverdachte 1]
[medeverdachte 2]
[medeverdachte 2]: ik denk dat die kanker hond de boel heeft vernaggelt man
[medeverdachte 1]: Ja, ik weet het niet het hoeft niet perse. Het kan ook zo zijn dat die gewoon die dinges heeft laten wegslepen hier. Dat hij gezegd heeft dat hij de sleutel kwijt was ofzo
[medeverdachte 2]: Ja maar waarom moet die ehhhh ... die anderen mensen..
[medeverdachte 1]: Ja, dat vraag ik mij dan ook af inderdaad. Het zou eigenlijk ... (niet te verstaan) niet kunnen.
[medeverdachte 2]: Nee, maarjij hebt het gewoon gezien?
[medeverdachte 1]: Ik heb het gezien, ik zat gewoon hier in mijn huisjoh...(niet te verstaan) ik zag ( niet te verstaan)
die zwaailampjes van die sleep ding en daarna zag ik hoppa twee anderen.. uitstappen, zaklampje erbij.