Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
5.Beslissing
14 februari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake seksueel binnendringen bij iemand in staat van verminderd bewustzijn na GHB-gebruik. De benadeelde partij had een nieuwe telefoon aangeschaft nadat de verdachte haar oude telefoon onder zich had gehouden. Het hof kende haar een schadevergoeding toe van € 669 voor de nieuwe telefoon, zonder rekening te houden met een lagere aanschafprijs van de oude telefoon of een nieuw-voor-oud aftrek.
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit een eerdere uitspraak (HR:2019:793) met betrekking tot vermogensschade en bevestigt dat het hof in dit specifieke geval terecht is uitgegaan van de nieuwprijs die de benadeelde partij daadwerkelijk heeft betaald. Het feit dat de oude telefoon enkele maanden oud was en met korting was aangeschaft, en dat de nieuwe telefoon enkele maanden nieuwer was, vormt geen onjuiste rechtsopvatting of onbegrijpelijke beslissing.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met twee jaren, zodat de straf wordt teruggebracht tot een duur van één jaar en tien maanden.
Het beroep wordt voor het overige verworpen, en de zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en afdoening van de strafduur en schadevergoedingsmaatregel. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 14 februari 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de schadevergoeding voor de nieuwe telefoon en vermindert de gevangenisstraf tot één jaar en tien maanden wegens termijnoverschrijding.