ECLI:NL:HR:2023:1350

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2023
Publicatiedatum
28 september 2023
Zaaknummer
21/05355
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 317 lid 1 SrArt. 312 lid 2 sub 2 SrArt. 302 lid 1 SrArt. 57 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen afpersing en poging zware mishandeling

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2021, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van afpersing en medeplegen van poging tot zware mishandeling. De verdachte stelde diverse cassatiemiddelen voor, waaronder klachten over de bewijsvoering met getuigenverklaringen en Whatsapp-gesprekken, en over de toepassing van de redelijke termijn in de procedure.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld, waaronder de afwijzing van getuigenverzoeken, het gebruik van verklaringen en digitale communicatie als bewijs, en het verweer dat schendingen van de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of bewijsuitsluiting hadden moeten leiden. Tevens werd de vraag behandeld of sprake was van meerdaadse samenloop van afpersing en zware mishandeling en of het hof het toetsingskader omtrent de redelijke termijn had miskend.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet nodig is om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep wordt derhalve verworpen.

Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Kuijer en Trotman, en uitgesproken op 3 oktober 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van afpersing en poging tot zware mishandeling blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/05355
Datum3 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2021, nummer 21-002495-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 oktober 2023.