Conclusie
eerstemiddel betreft de afwijzing van getuigenverzoeken en het gebruik van een getuigenverklaring en Whatsappgesprekken voor het bewijs. Het
tweedemiddel betreft de verwerping van het verweer dat schendingen van de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten (verder, in navolging van het hof: AVR) tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie dan wel bewijsuitsluiting hadden moeten leiden. Het
derdemiddel ziet op ’s hofs oordeel dat sprake is van meerdaadse samenloop. Het
vierdemiddel bevat de klacht dat het hof bij de beoordeling of sprake is van overschrijding van de redelijke termijn het juiste toetsingskader heeft miskend.
doekoe” moest hebben.
4 november 2021te 09:00 uur wordt het onderzoek ter terechtzitting
hervatvoor het houden van de pleidooien. Het hof bevindt zich in dezelfde samenstelling en de advocaten-generaal De Meijer en Lodder zijn aanwezig. Verdachte is ter terechtzitting aanwezig, alsmede alle raadslieden.
raadsvrouwvoert het woord overeenkomstig een door haar overgelegde pleitnota, die bij dit proces-verbaal is gevoegd en waarvan de inhoud geacht moet worden hier te zijn ingevoegd.’
tijdens het verhoorduidelijk dat [slachtoffer] zeer emotioneel werd en van de hak op de tak sprong. Tevens stelde hij of zijn vrouw steeds vragen hoe het nu verder moest. Hierbij bestond het gevaar dat er gesprekken over de genomen en te nog nemen veiligheidsmaatregelen opgenomen zouden worden.
Waar er veiligheidsaspecten of veiligheidsstrategieën of zaken anders dan wat [slachtoffer] was overkomen ter sprake kwamen, werd door ons de opname gepauzeerd."
verhoor van 9 november 2016 uit meer 'deelbestanden' bestaatmaar dat deze niet ter beschikking zijn gesteld. De deskundige heeft ook gerapporteerd dat de opnames 349905 en 349908 verwijzingen bevatten naar een eerder contactmoment. Op basis van het deskundigenonderzoek kan daarom - anders dan in eerste aanleg - de conclusie worden getrokken dat er meer bestanden bestaan die (nog steeds) aan de verdediging worden onthouden.
'Mag ik een vraag stellen?'. Het verhoor duurt nog geen 5 minuten.
allereerste verhooraf te breken en af te wijken van de AVR, zowel in het proces-verbaal als in eerste instantie bij de rechter-commissaris. Dan is het ineens een ander verhoor en uiteindelijk zou er al vóór het verhoor het besluit zijn genomen om af te wijken van de AVR.
‘het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Bij de beoordeling daarvan is onder meer van belang of en in hoeverre de verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad.
'We zitten nu op 22 november’. Dit impliceert dat het verhoor vlak voor of na middernacht is begonnen. Je kunt je natuurlijk afvragen waarom men pas na middernacht met [slachtoffer] in verhoor zou gaan en niet eerder op de avond.
ruim voor middernacht. Dit betekent dus dat er voorafgaand aan het opgenomen verhoor een niet geregistreerd verhoor heeft plaatsgevonden. Uit de woordelijke opname kan ook worden afgeleid dat men voorafgaand aan de opname al in gesprek is:
doelbewust of met grove veronachtzamingvan de belangen van cliënt aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan.
herinnering’ 11 dagen na dato. Bij het beluisteren van de verhoren is duidelijk gebleken dat de pauzemomenten niet kunnen worden geschaard onder de redenen die de verbalisanten hebben aangevoerd om af te wijken van de AVR. Ook blijkt dat er onderdelen ter sprake worden gebracht en [slachtoffer] wordt gestuurd in zijn verklaring. Dit zal ik aantonen aan de hand van drie voorbeelden.
Oké, dan laten we het daar even bij, dan pakken we even een pauzemoment.".Een pauze van 8 minuten volgt en over het terug kunnen halen van wazige schimmen wordt niet verder gesproken.
de bestuurder’.
Dat is de bestuurder’ en daarna verklaart hij dat [medeverdachte 4] op de bijrijdersstoel zat. De reactie van verbalisant 97006:
Maar we gaan hier de bus nog even omschrijven en dan stoppen we even ermee. Want je noemt nu een paar namen die je in de eerste aangifte niet genoemd hebt, dan ga ik er even wat meer vragen over stellen hoe je daar nou bij komt en hoe we daaraan gekomen zijn."
Uhm, jij hebt mij ook verteld dat jij iets van een vuurwapen zou hebben gezien." In de woordelijke uitwerking lezen we niet dat [slachtoffer]
‘iets van een vuurwapen'zou hebben gezien. Buiten de auditief geregistreerde verhoren is hier kennelijk over gesproken tussen 97006 en [slachtoffer] .
silhouet van een wapen’. Dat zou dan boven zijn broek uit steken. [slachtoffer] , die tot het verhoor van 21 november 2016 [medeverdachte 5] niet noemt, sluit nu naadloos aan bij de verklaring van zijn zoon eerder op die dag. Een sterkere aanwijzing dat de getuige ongeoorloofd is beïnvloed is haast niet denkbaar.
de betrouwbaarheid en accuraatheid van het verhoor wezenlijk hadden aangetast.
"We zitten niet met zijn allen de Donald Duck te lezen."
'een peukje'werd gerookt of
'even een sanitaire stop plaatsvond.'
mindernadeel heeft opgeleverd voor [medeverdachte 3] , deel ik die mening allerminst.
of misschien juistbij [medeverdachte 3] werd wisselend verklaard over (1) zijn aanwezigheid ten tijde van de mishandeling en /
of(2) bij het transport richting de Papiermolen. Waar bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] nog kon worden teruggevallen op de (eveneens gecontamineerde) verklaringen van zoon [betrokkene 2] , was dit bij [medeverdachte 3] niet mogelijk.
allein beslag genomen toestellen
volledig zijn uitgelezen en wel in belang van het onderzoek.
fairness of the procedure as a wholeis de feitelijke inbreuk op de reële effectuering van het ondervragingsrecht bij de verhoren van de getuigen:
van bepalende invloed zijn geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek en / of de verdere vervolging van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit.
definitely deprivedvan een
fair trial. Definitief en feitelijk!
1.Standpunt verdediging
de procedure als geheelworden beoordeeld, tot de conclusie te leiden dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van verdachte, zo heeft de raadsvrouw geconcludeerd. Subsidiair dient dit te leiden tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van [slachtoffer] .
2.Standpunt openbaar ministerie
3.Juridisch kader
4.Oordeel hof
"Vervolgens liep ik op [slachtoffer] af en vroeg hem of hij [slachtoffer] was. Ik zag dat hij schrok. Ik zei hem dat ik van de politie was. [slachtoffer] reageerde geschrokken en zei : "niet hier, niet hier". Ik zei tegen hem dat zijn vriendin mijn gegevens had en dat hij mij kon bellen. Hierop ben ik doorgelopen. Vervolgens werd (het hof begrijpt: kreeg) ik op dinsdag 8 november omstreeks 17.00 uur een telefoontje van het slachtoffer [slachtoffer] dat hij met mij wilde praten. Vervolgens ben ik naar de woning van het slachtoffer [slachtoffer] gegaan aan de [d-straat 1] te [plaats]. In de woning trof ik [slachtoffer] , zijn vriendin [betrokkene 12] en naar later (bleek) de zoon van [slachtoffer] genaamd [betrokkene 2] . Tevens waren in zijn woning ook nog twee minderjarige kinderen. Ik trof een "ontredderde " situatie aan. [slachtoffer] gaf (aan dat) een van de mannen die hem hadden ontvoerd en mishandeld bij hem aan de woning was geweest. Dit was rond 16.30 uur. Hij zei dat de daders kennelijk wisten dat hij uit het ziekenhuis was. Hij vertelde mij dat hij aan de woning was bedreigd en dat hem te kennen was gegeven dat hij die avond om 20.00 uur,€ 1100,--- euro zou moeten betalen. ”
Wij troffen daar een ontredderd gezin aan. [slachtoffer] , zijn vrouw en kinderen waren hevig geëmotioneerd. Hen was medegedeeld dat ze niet meer naar hun woning zouden terugkeren en hadden hun mobiele telefoons in moeten leveren. Tevens was het hen te verstaan gegeven dat ze met niemand contact mochten onderhouden anders dan met collega 's van het Stelsel Bewaken en Beveiligen of met mij verbalisant 97006. Tevens werd hen medegedeeld dat de kinderen voorlopig niet naar de basisschool zouden kunnen gaan en geen contacten mochten onderhouden met hun vriendjes en vriendinnetjes. [slachtoffer] gaf aan dat hij pijn had. Wij verbalisanten zagen zijn letsel en zijn gemoedstoestand.”
Wij maakten hierbij gebruik van opnameapparatuur dit omdat het een zogenaamd AVR verhoor zou moeten worden. Echter tijdens het verhoor werd duidelijk dat [slachtoffer] zeer emotioneel werd en van de hak op de tak sprong. Tevens stelde hij of zijn vrouw steeds vragen hoe het nu verder moest. Hierbij bestond het gevaar dat er gesprekken over de genomen en te nog te nemen veiligheidsmaatregelen opgenomen zouden worden. De ruimte waarin [slachtoffer] en zijn gezin verbleef was zeer klein. Er bestond geen mogelijkheid om [slachtoffer] in alle rust te verhoren. Tijdens de verhoren stelde ook de vrouw van [slachtoffer] allerlei vragen en liepen de kinderen rond in de ruimte waar het verhoor plaats vond. Hierna heb ik verbalisant contact opgenomen met de officier van justitie en haar de mogelijkheden en onmogelijkheden verteld omtrent het volgens AVR opnemen van de verklaring. Met de officier werd afgesproken dat in de uitzonderlijke situatie waar wij zaten, wij voor zover het mogelijk was de gesprekken op zouden nemen en dat we daarnaast gesprekken met [slachtoffer] zouden voeren.
raadsvrouwin de gelegenheid gesteld de onderzoekswensen van de verdediging toe te lichten. Zij verklaart − zakelijk weergegeven − :
9 oktober 2020 te 13:30 uur.’
eerstemiddel bevat de klacht dat ’s hofs afwijzende beslissing op de verzoeken van de verdediging tot het als getuigen horen van [betrokkene 5] , [betrokkene 4] en [betrokkene 10] van een onjuiste rechtsopvatting getuigt althans ontoereikend is gemotiveerd. Het zou om getuigen à charge gaan terwijl het hof aan de afwijzing niet meer ten grondslag heeft gelegd dan dat ‘het verdedigingsbelang bij het horen van deze getuigen onvoldoende is onderbouwd’. De steller van het middel wijst in dat verband op een voetnoot in het bestreden arrest waarin wordt verwezen naar een verklaring van [betrokkene 10] en op een verwijzing naar de inhoud van WhatsApp-gesprekken tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 4] respectievelijk [betrokkene 5] .
tweedemiddel bevat klachten inzake ’s hofs oordeel aangaande het verweer dat met betrekking tot de naleving van de AVR en de strafvorderlijke verbaliseringsplicht sprake is geweest van onherstelbare vormverzuimen in het vooronderzoek die moeten leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging dan wel tot uitsluiting van de verklaringen van (onder anderen) [slachtoffer] van het bewijs. Dat oordeel zou blijk geven van onjuiste rechtsopvattingen althans niet begrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd zijn.
derdemiddel bevat de klacht dat ’s hofs oordeel dat in casu sprake is van meerdaadse samenloop van een onjuiste rechtsopvatting getuigt althans niet zonder meer begrijpelijk is.
vierdemiddel bevat de klacht dat het hof in reactie op het door de verdediging gevoerde verweer het juiste toetsingskader heeft miskend bij de beoordeling of sprake is van overschrijding van de redelijke termijn nu het bij die beoordeling de totale duur van de berechting in feitelijke aanleg beslissend heeft laten zijn. Daardoor zou de verwerping van het verweer onvoldoende met redenen zijn omkleed.