Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
3 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag inzake medeplegen van het onbruikbaar maken van beschoeiing, meermalen gepleegd. De verdediging had tijdens de terechtzitting in hoger beroep een verzoek gedaan tot het houden van een schouw, waarop het hof niet heeft beslist.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof hiermee een procesrechtelijke fout heeft gemaakt, zoals nader toegelicht in een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2023:1341). Hierdoor wordt het arrest gedeeltelijk vernietigd, namelijk voor zover het betrekking heeft op de tenlasteleggingen en de strafoplegging.
De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting en beslissing, waarbij het hof alsnog op het verzoek tot schouw moet beslissen. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 3 oktober 2023 uitgesproken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting waarbij op het verzoek tot schouw moet worden beslist.