ECLI:NL:HR:2023:1394
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Rotterdam over het jaar 2020 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2023.
De zaak betreft een bestuursrechtelijke belastingzaak waarin de Hoge Raad de eerdere beslissingen bevestigt en het cassatieberoep ongegrond verklaart.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.