ECLI:NL:HR:2023:14

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 januari 2023
Publicatiedatum
9 januari 2023
Zaaknummer
22/03569
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 9.2.b Uitleveringsverdrag Nederland-VSArt. 9.2.e Uitleveringsverdrag Nederland-VSArt. 9.3.b Uitleveringsverdrag Nederland-VS
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep tegen uitleveringsuitspraak Verenigde Staten wegens onvoldoende bewijs

De zaak betreft een cassatieberoep van een Oekraïense opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die uitlevering aan de Verenigde Staten toestond. De verdenkingen betreffen deelname aan een criminele organisatie, computervredebreuk, diefstal via valse sleutels, witwassen en het ontwikkelen en verkopen van malware.

De Hoge Raad beoordeelde of het uitleveringsverzoek voldoende bewijsmateriaal bevatte, of de feiten en omstandigheden voldoende waren toegelicht, en of de rechtsmacht van de Verenigde Staten voor de gepleegde feiten buiten hun grondgebied was aangetoond. De Hoge Raad concludeerde dat de klachten van de opgeëiste persoon niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden en dat het niet nodig was deze uitvoerig te motiveren.

Het arrest bevestigt dat het uitleveringsverzoek aan de formele en materiële eisen voldoet en dat de rechtbank Amsterdam terecht tot uitlevering heeft besloten. Het beroep werd verworpen, waarmee de uitlevering juridisch is bekrachtigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de uitlevering aan de Verenigde Staten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03569 U
Datum10 januari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 september 2022, nummer [001] , op verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de opgeëiste persoon.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de opgeëiste persoon heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 januari 2023.