Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
31 januari 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende persoon, dat de Staat de uitlevering aan de Verenigde Staten weigert wegens vermeende procedurele tekortkomingen, waaronder het ontbreken van kosteloze tolkenbijstand. De uitlevering was eerder door de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Den Haag toegestaan en bevestigd.
Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep werd vastgesteld dat eiser een tolk nodig had, maar geen eigen tolk had meegenomen. Het hof probeerde via een tolkentelefoon tolken te regelen, waarbij twee tolken werden ingeschakeld, maar er waren verbindingsproblemen. De kosten van de tolk werden door het hof voor rekening van eiser gesteld. Eiser klaagde dat hij slechts 10% van de zitting had kunnen verstaan.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende heeft vastgesteld dat eiser tolkenbijstand kreeg en dat de kosten voor rekening van eiser kwamen. Er was geen grondslag om ambtshalve kosteloze tolkenbijstand toe te kennen, zeker niet omdat noch eiser noch zijn advocaat bezwaar maakte tegen de kostenverdeling. De overige klachten leiden niet tot cassatie omdat zij niet van belang zijn voor de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan de Verenigde Staten blijft in stand.