ECLI:NL:HR:2023:141

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2023
Publicatiedatum
2 februari 2023
Zaaknummer
22/01432
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 EVRM
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake Box 3 belastingaanslagen 2015-2018

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de belastingaanslagen over de jaren 2015 tot en met 2018 in Box 3 werden bevestigd. De zaak betreft de vraag of de aanslagen in strijd zijn met artikel 1 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), met name vanwege een vermeende individuele en buitensporige last.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld aan de hand van eerdere jurisprudentie, waaronder een arrest van 20 mei 2022, en het arrest in een gerelateerde zaak (nummer 22/01334). De Hoge Raad concludeert dat de klachten falen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de belastingaanslagen over 2015-2018 in Box 3.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/01432
Datum3 februari 2023
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 1 maart 2021, nrs. 20/00631, 20/00632, 20/00633 en 20/00634 op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 19/3810, 20/978, 20/980 en 20/982) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2015 tot en met 2018 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Op 25 augustus 2022 heeft Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1]
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 22/01334, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, M.T. Boerlage, P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier S. Joosten, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023.