Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
17 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had geoordeeld dat het geschatte wederrechtelijk voordeel was verkregen door middel van of uit baten van bewezenverklaarde feiten, waaronder valsheid in geschrift en overtreding van de Landsverordening toezicht geldtransactiekantoren.
Echter, het hof had het voordeel toegerekend over een langere periode (2011-2015) dan de periode waarin de delicten bewezen waren verklaard. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit niet zonder meer mag doen en dat het oordeel daarom niet kan blijven staan. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging en terugwijzing van de zaak.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie voor een nieuwe beoordeling en afdoening. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.