ECLI:NL:HR:2023:1432

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
21/04922
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 SrArt. 311 lid 4 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in bedreiging hoofdagent zaak met recht op laatste woord

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake bedreiging van een hoofdagent met een misdrijf tegen het leven gericht. De verdachte werd in de gelegenheid gesteld gebruik te maken van zijn recht op het laatste woord, maar bleef bepaalde beweringen herhalen en gaf geen gehoor aan bevelen tot stilte, waarna het hof hem de zittingszaal deed verlaten.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep werd derhalve verworpen. De uitspraak bevestigt dat het hof bevoegd was om de verdachte uit de zittingszaal te verwijderen na het niet naleven van bevelen tijdens het laatste woord. Hiermee wordt het belang van orde en respect tijdens de zitting benadrukt en het recht op het laatste woord binnen die kaders gewaarborgd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen; het hof handelde rechtmatig door de verdachte uit de zittingszaal te verwijderen tijdens het laatste woord.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04922
Datum14 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 november 2021, nummer 23-000679-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 november 2023.