Conclusie
Inleiding
Het middel
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Het juridisch kader
De bespreking van het middel
nahet antwoord van de agente in de zaal – bleef beweren dat zij iemand anders is dan de agente die hij zou hebben bedreigd, heeft het hof hem in zijn relaas onderbroken. Anders dan de steller van het middel, meen ik dat het hof in die omstandigheden ervan kon en mocht uitgaan dat wat de verdachte verder te berde wilde brengen slechts zou verzanden in telkens dezelfde nodeloze herhalingen, hetgeen op zichzelf al een grond vormt voor ‘beperking’ van het laatste woord. Daarbij komt dat de herhaalde uitlatingen van de verdachte allerminst dienstig waren voor de inhoudelijke beoordeling van de strafzaak. Zoals de raadsman van de verdachte zelf ook ter terechtzitting naar voren bracht, was daarvoor immers niet van belang wie de agenten in de zittingszaal waren. [9]
Slotsom