ECLI:NL:HR:2023:1438
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt boetebeschikkingen inkomstenbelasting wegens onvoldoende bewijs opzet
Belanghebbende was tegen de door de Inspecteur opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en bijbehorende boetebeschikkingen voor de jaren 2011 tot en met 2016 in hoger beroep gegaan bij het Gerechtshof Den Haag. Dit hof heeft op 11 november 2021 uitspraak gedaan, maar de Hoge Raad vernietigt nu de boetebeschikkingen voor de jaren 2012 tot en met 2016.
De Hoge Raad oordeelt dat de vereiste opzet voor het opleggen van vergrijpboetes alleen kan worden aangenomen indien de feiten en omstandigheden overtuigend zijn aangetoond, conform artikel 6 EVRM Pro. De eerdere informatiebeschikking is vernietigd, waardoor de bewijslast is omgekeerd en verzwaard. De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nadere beoordeling van het opzetvereiste.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van belanghebbende en draagt op tot vergoeding van het griffierecht. De overige klachten van belanghebbende worden verworpen. Dit arrest sluit aan bij een gelijktijdig arrest met nummer 21/05244.
Uitkomst: Boetebeschikkingen voor 2012-2016 vernietigd en zaak terugverwezen voor nadere beoordeling opzet.