Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
3 februari 2023.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of bestuurdersaansprakelijkheid kon worden vastgesteld wegens onbetaalde huurvorderingen en mogelijke onrechtmatige benadeling van schuldeisers door selectieve betalingen en verkoop van activa voor een symbolische prijs.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de eisers beoordeeld tegen meerdere arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en heeft geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep van de verweerster behoeft geen behandeling omdat het principale beroep is verworpen. De Hoge Raad veroordeelde de eisers in de kosten van het cassatiegeding.
De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de rechtbank en het hof, waarbij geen bestuurdersaansprakelijkheid werd vastgesteld voor de onbetaalde huurvordering en de vermeende onrechtmatige benadeling van schuldeisers.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere arresten van het hof bevestigd.