Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
17 oktober 2023.
Hoge Raad
Deze zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte in een strafzaak over een diamantroof op Schiphol in 2005. Het hof Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld voor medeplegen van diefstal met geweld en poging daartoe. De verdachte stelde in cassatie onder meer dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden.
De Hoge Raad herhaalt de vaste jurisprudentie dat een beroep op overschrijding van de redelijke termijn niet voor het eerst in cassatie kan worden gedaan indien in eerdere instanties, in aanwezigheid van verdachte en zijn raadsman, geen verweer is gevoerd over die overschrijding. Uit proces-verbalen blijkt dat de zaak in hoger beroep is behandeld met aanwezigheid van verdachte en zijn raadsman, zonder dat namens verdachte een dergelijk verweer is gevoerd.
De Hoge Raad oordeelt daarom dat het cassatiemiddel over de overschrijding van de redelijke termijn faalt. Daarnaast zijn andere klachten van de verdachte door de Hoge Raad beoordeeld en verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang zijn voor de rechtsontwikkeling.
Het arrest van het hof Amsterdam blijft daarmee in stand, behoudens de door de advocaat-generaal voorgestelde vermindering van de strafduur. Het cassatieberoep wordt verworpen en de strafrechtelijke veroordeling blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen diefstal met geweld blijft in stand.