ECLI:NL:HR:2023:1454
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak tegen Staatssecretaris van Financiën
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 20 juni 2022, waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van 28 februari 2022 werd behandeld. De zaak betrof een geschil met de Staatssecretaris van Financiën.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak. Omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was nadere motivering niet vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.