Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
31 oktober 2023.
Hoge Raad
De betrokkene was betrokken bij een strafzaak betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit fraude met kinderopvangtoeslag en oplichting van een kledingwinkel. Na een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam op 10 augustus 2021, waarin de ontnemingsvordering werd toegewezen, stelde betrokkene cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Echter heeft betrokkene geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De advocaat-generaal concludeerde eveneens tot niet-ontvankelijkverklaring. De Hoge Raad kon het beroep daardoor niet inhoudelijk behandelen.
Het arrest van 31 oktober 2023 bevestigt hiermee de uitspraak van het gerechtshof en sluit de procedure in cassatie af. De beslissing is genomen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Van Strien en Trotman.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.