ECLI:NL:HR:2023:1469

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 oktober 2023
Publicatiedatum
17 oktober 2023
Zaaknummer
21/03544
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 SvArt. 511h Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep cassatie in ontnemingszaak fraude kinderopvangtoeslag

De betrokkene was betrokken bij een strafzaak betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit fraude met kinderopvangtoeslag en oplichting van een kledingwinkel. Na een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam op 10 augustus 2021, waarin de ontnemingsvordering werd toegewezen, stelde betrokkene cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

Echter heeft betrokkene geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De advocaat-generaal concludeerde eveneens tot niet-ontvankelijkverklaring. De Hoge Raad kon het beroep daardoor niet inhoudelijk behandelen.

Het arrest van 31 oktober 2023 bevestigt hiermee de uitspraak van het gerechtshof en sluit de procedure in cassatie af. De beslissing is genomen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Van Strien en Trotman.

Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03544 P
Datum31 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 10 augustus 2021, nummer 23-002344-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 oktober 2023.